Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

20/09/2019

Het slachtoffer van een verkeersongeval, en toch vervolgd voor vluchtmisdrijf?

Het slachtoffer van een verkeersongeval, en toch vervolgd voor vluchtmisdrijf?

Het slachtoffer van een verkeersongeval, en toch vervolgd voor vluchtmisdrijf? Het overkwam een bejaard echtpaar.

Het koppel rijdt op een zonnige lentedag richting Colruyt. Op nog geen kilometer van het warenhuis naderen ze een rondpunt. Op dat ogenblik vlamt een jongeling met een blinkende Mini Cooper uit de tegenovergestelde richting over zijn rijvak waardoor de oudjes moeten uitwijken en tegen het verkeerseiland aan het begin van het rondpunt terechtkomen.  Het betreft een betonnen blok aan de kant van de rijbaan waar verkeersborden en – lichten opgesteld staan.

Door de aanrijding is de voorband van de Mercedes gescheurd en is tevens het wiel van de auto gewrongen. De wagen is niet meer rijvaardig. De bestuurder kan de auto gelukkig nog veilig aan de kant van de weg zetten. Aan het verkeerseiland is zo goed als niets te zien. Er is een beetje verf af en er zijn wat schrammen te zien, maar dit kon ook al van vroeger zijn.

De man probeert het wiel van zijn auto te vervangen, maar hij krijgt het niet los. Ook een firma die auto’s depanneert kan hem niet meteen helpen waardoor het echtpaar te voet naar huis terugkeert. Hij verzamelt thuis het nodige gereedschap en wacht op zijn zoon die hem terug zal brengen naar de plaats van het ongeval, maar dan staat de politie aan zijn deur…

De politie beticht het koppel van vluchtmisdrijf, omdat zij met hun wagen de infrastructuur hebben beschadigd en niet ter plaatse zijn gebleven. Het echtpaar legt uit dat zij hadden moeten uitwijken voor een andere wagen, maar dit konden zij natuurlijk niet bewijzen.

Zij werden gedagvaard voor de Politierechtbank.

Gedagvaard voor de Politierechtbank.

De bestuurder werd gedagvaard voor de Politierechtbank voor de volgende verkeersinbreuken.

  1. Als bestuurder van een voertuig op de openbare weg niet, in alle omstandigheden,  hebben kunnen stoppen voor een hindernis die kon worden voorzien
    (art. 10.1.3° van het KB van 1 december 1975 – De Wegcode – art. 29 §1 lid 3 en 38 §1, 3° van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer)
  2. Als bestuurder van een voertuig of van een dier, wetende dat dit voertuig of dit oorzaak van, dan wel aanleiding is geweest tot een verkeersongeval op een openbare plaats, de vlucht te hebben genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten was
    (art. 33§1, 1° en 38 §1, 5° van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer)
Welke straf kreeg de bestuurder?

De bestuurder wordt over de volledige lijn vrijgesproken. De rechtbank was immers van oordeel dat het niet bewezen is dat de lichte schrammen en licht beschadigde verf op het verkeerseiland effectief veroorzaakt werden door de bestuurder in de kwestie. Er is met andere woorden twijfel en deze twijfel dient ten goede te komen van de bestuurder, waardoor de vrijspraak het logische gevolg is. Er kan maar sprake zijn van vluchtmisdrijf als er een ongeval heeft plaatsgevonden. Een ongeval veronderstelt steeds schade, die niet bewezen was.

Deze gerechtskosten kwamen ten laste van de staat.

Lees al onze waargebeurde verhalen!