Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

16/06/2017

Vluchtmisdrijf in de parkeergarage?

Vluchtmisdrijf of niet?

Een jonge man ging de bloemetjes buitenzetten samen met enkele vrienden en was die avond BOB van dienst. Rond vier uur 's morgens keerde de bende huiswaarts. Omdat het marktdag was kon hij zijn wagen niet parkeren voor zijn deur en moest hij noodgedwongen zijn wagen stallen in een openbare parkeergarage. Afgeleid door een van zijn passagiers, verloor de bestuurder de controle over zijn stuur en reed hij tegen de automaat waar je een ticket moet uithalen om binnen te mogen rijden.

De automaat was beschadigd, maar nog functioneel. De bestuurder kon binnenrijden en zijn voertuig parkeren. Omwille van het gevorderde uur zou hij daags nadien contact opnemen met de verantwoordelijke van de parking. Daags nadien had de uitbater van de rotatieparking de politie reeds gecontacteerd, en legde klacht neer voor vluchtmisdrijf. Het ongeval stond volledig op camera zodat de Politie onmiddellijk de identiteit kon achterhalen van de eigenaar van het voertuig. Niettemin contacteerde de bestuurder in de namiddag vrijwillig de verantwoordelijke van de parking, nog vóór de Politie de man had uitgenodigd voor verhoor.

Tijdens het verhoor liet de Politie de man weten dat hij beschuldigd werd van vluchtmisdrijf. De man meende dan weer dan hij geen vluchtmisdrijf had gepleegd: het was enkel en alleen omwille van het late uur, en omdat alles toch op camera stond, dat hij geen aangifte had gedaan of het slachtoffer verwittigd.

Gedagvaard voor de Politierechtbank.

De bestuurder werd gedagvaard voor de Politierechtbank voor de volgende verkeersovertredingen:

  • Niet kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis:

As bestuurder van een voertuig op de openbare weg, zijn snelheid niet te hebben geregeld om in alle omstandigheden te kunnen stoppen voor een hindernis die kon worden voorzien (art. 10.1.3 van het KB van 1 december 1975; art. 29§1 lid 3 en 38 §1.3° van de wet betreffende de politie over het wegverkeer – KB tot coördinatie van 16 maart 1968);

  • Vluchtmisdrijf:

Het misdrijf of het verkeersongeval aan het persoonlijk toedoen van de dader te wijten zijnde, als bestuurder van een voertuig of van een dier, wetende dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding is geweest tot een ongeval op een openbare plaats, de vlucht te hebben genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn/haar schuld te wijten is (art. 33 par 1.1°, art. 38 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer – KB tot coördinatie van 16 maart 1968) .

Wat besliste de Politierechtbank?

De Politierechter was overtuigd dat het in dit geval niet om een vluchtmisdrijf ging, en herkwalificeerde daarom de feiten in "het niet ter plaatse blijven" (art. 52.2 Wegcode), zijnde een minder zware overtreding van de eerste graad. De man kreeg een véél lagere geldboete én geen rijverbod. Voor tenlastelegging A (niet kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis) werd een geldboete van 120,00 EUR opgelegd en voor tenlastelegging B een geldboete van 150,00 EUR, samen 270,00 EUR.  Daarnaast diende hij ook nog de gerechtskosten te betalen (86,76 EUR).  Hij moest geen bijdrage in het Slachtofferfonds betalen (150,00 EUR) omdat de opgelegde geldboeten afzonderlijk niet meer dan 25,00 EUR (X6) bedroegen.