Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

10/07/2017

Hoe besliste de Nederlandstalige Politierechtbank Brussel over een ongeval tussen een bestuurder en een motorrijder?

Na een vermoeiende werkdag keerde een bestuurder huiswaarts. Om op de autosnelweg te geraken maakte hij rechtsomkeer aan het eerste kruispunt dat hij tegenkwam.

Bij het uitvoeren van zijn maneuver hoorde hij plots een knal vooraan aan zijn voertuig. Hij was blijkbaar in aanraking gekomen met een motorfiets die uit de tegenovergestelde richting kwam en rechtdoor reed.  De bestuurder van de auto had de motorfiets niet opgemerkt. Zowel de bestuurder van de wagen als de motorfiets dienden een ademtest af te leggen.  Deze was voor beiden negatief.  

De politie verhoorde een aantal getuigen. De getuigenverklaringen waren tegenstrijdig. Volgens de ene getuige reed de motorfiets zéér snel en volgens de andere juist heel voorzichtig… Het was dus niet duidelijk of de bestuurder van de motorfiets een fout zou begaan hebben. Gelet op de toegebrachte verwondingen werd géén voorstel tot onmiddellijk inning/minnelijke schikking aangeboden door het Openbaar Ministerie en diende de zaak beoordeeld te worden door de Politierechter.

De vervolging voor de Nederlandstalige Politierechtbank Brussel .

De bestuurder van de wagen moest zich voor de Politierechtbank verantwoorden voor de volgende verkeersinbreuken:

  • Bij een verkeersongeval dat aan zijn/haar persoonlijk toedoen te wijten is, door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen, onopzettelijk slagen of verwondingen te hebben toebracht (art. 418-420 Sw.)

  • Als bestuurder van voertuig op de openbare weg geen voorrang te hebben verleend aan de andere weggebruiker bij het van rijstrook of van file te veranderen anders dan bij het ritsen, bedoeld in artikel 12bis van dit besluit, oversteken van de rijbaan, verlaten of oprijden van een parkeerplaats, uit een aanpalende eigendom komen, keren, achteruitrijden of uitvoeren van een ander manoeuvre uitgezonderd het zich aan het eind van een fietspad op de rijbaan begeven om rechtdoor te rijden (art. 12.4 Wegcode, KB 30.09.2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, art. 29§1 lid. 3 en art. 38§1.3° van de wet betreffende de politie over het wegverkeer – KB tot coördinatie van 16 maart 1968).
De uitspraak van de Nederlandstalige Politierechtbank Brussel

De bestuurder werd voor de 2 inbreuken samen veroordeeld tot een geldboete van 300,00 EUR waarvan de helft met uitstel werd opgelegd. De man diende dus slechts 150,00 EUR effectief te betalen. Daarnaast diende hij ook nog een bijdrage te betalen in het Slachtofferfonds t.b.v. 150,00 EUR,  en de gerechtskosten, +/- 85,00 EUR (die door de rechtsbijstandverzekering betaald werden).

Er werd géén rijverbod opgelegd, niettegenstaande de bestuurder al een voorgaande veroordeling voor alcohol had.

De bestuurder van de motorfiets had zich geen burgerlijke partij gesteld: de materiële schade aan zijn voertuig was reeds vergoed en de lichamelijke schade werd in der minne verder afgehandeld tussen de verzekeringsmaatschappijen. Indien de bestuurder van de motorfiets echter geen volledige vergoeding van zijn schade zou krijgen, kon  hij alsnog naar de Politierechtbank stappen en de zaak opnieuw laten oproepen.