Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

Welke straffen kan een politierechter opleggen?

De politierechter beschikt over een ruim aanbod aan straffen wanneer hij u schuldig bevindt aan een verkeersinbreuk. Het strafrecht maakt daarbij een onderscheid tussen hoofdstraffen en bijkomende straffen. Een hoofdstraf kan alleen worden uitgesproken, of samen met een bijkomende straf.

Sinds 1 september 2026 werkt dat systeem met strafniveaus. Voor feiten van vóór die datum geldt in principe het oude recht, tenzij het nieuwe voor u milder uitvalt. Wij overlopen eerst wat vandaag geldt, en daarna welk recht op uw dossier van toepassing is.

Gedagvaard voor de politierechtbank? Laad uw dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij bekijken welke straffen in uw dossier spelen en welke alternatieven haalbaar zijn. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate · Bereken uw boete

De acht strafniveaus vervangen de oude indeling

De begrippen politiestraf, correctionele straf en criminele straf bestaan niet meer. In hun plaats staan acht strafniveaus. Elk misdrijf krijgt een niveau, en binnen dat niveau kiest de rechter zijn straf. Voor verkeerszaken spelen vooral de vier laagste.

NiveauWat de rechter kan opleggen
Niveau 1geen gevangenisstraf: geldboete van € 200 tot € 20.000, werkstraf van 20 tot 120 uur, probatiestraf van 6 tot 12 maanden, verbeurdverklaring, geldstraf op basis van het behaalde voordeel, of een veroordeling bij schuldigverklaring
Niveau 2gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar, behandeling onder vrijheidsberoving van 6 maanden tot 2 jaar, straf onder elektronisch toezicht van 1 maand tot 1 jaar, werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur, probatiestraf van meer dan 12 maanden tot 2 jaar, of een veroordeling bij schuldigverklaring
Niveau 3gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar
Niveau 4gevangenisstraf van meer dan 5 tot 10 jaar

Onthoud daarbij één regel die in de praktijk vaak het verschil maakt. Neemt de rechter verzachtende omstandigheden aan, dan vervangt hij de straf door een straf van een lager niveau. Een tenlastelegging van niveau 3 kan zo op niveau 2 of zelfs niveau 1 uitkomen, en op niveau 1 bestaat geen gevangenisstraf.

Lees daarover ons artikel over het nieuwe Strafwetboek en uw verkeerszaak en over de alternatieven die de politierechter kan opleggen.

De geldboete

De geldboete komt bij verkeersovertredingen veel vaker voor dan een gevangenisstraf.

Als hoofdstraf op niveau 1 loopt zij van 200 tot 20.000 euro. Als bijkomende straf naast een gevangenisstraf gelden andere vorken, volgens artikel 52, § 1, tweede lid van het Strafwetboek: 200 tot 5.000 euro naast een hoofdstraf van niveau 2, 200 tot 10.000 euro naast niveau 3, en 200 tot 15.000 euro naast niveau 4.

Artikel 52, § 2 van het Strafwetboek geeft u daarbij drie argumenten die het pleiten waard zijn. De rechter moet rekening houden met uw financiële draagkracht en uw sociale toestand. Bewijst u een precaire financiële situatie, dan mag hij onder het wettelijk minimum gaan. En hij kan betaling in schijven toestaan.

Voor de vier graden van verkeersovertredingen noemt artikel 29 van de Wegverkeerswet eigen bedragen:

GraadGeldboete in de wetGeldboete na × 1,25Rijverbod
Eerste graad€ 80 tot € 2.000€ 100 tot € 2.500enkel bij herhaling
Tweede graad€ 160 tot € 2.000€ 200 tot € 2.500facultatief, vanaf 8 dagen
Derde graad€ 240 tot € 4.000€ 300 tot € 5.000facultatief, vanaf 8 dagen
Vierde graad€ 320 tot € 4.000€ 400 tot € 5.0008 dagen tot 5 jaar, met motiveringsplicht

Let op één zaak die veel mensen verrast. Het bedrag in de wet is nooit wat u betaalt. Aan het hoofd van Titel IV van de Wegverkeerswet staat dat alle geldboetes uit die titel worden vermenigvuldigd met 1,25.

Reken dus niet langer met een factor 8 of 10. De basisbedragen in de wet zijn opgetrokken en de factor is tegelijk verlaagd naar 1,25, met hetzelfde eindbedrag als voordien. Lees daarover ons artikel over wat een veroordeling echt kost en over de vier graden van verkeersovertredingen.

De werkstraf

Bij een werkstraf verricht u kosteloos diensten ten voordele van de gemeenschap. Artikel 45 van het Strafwetboek regelt haar, en legt drie voorwaarden vast.

Zij bestaat enkel als hoofdstraf van niveau 1 of niveau 2. Op niveau 1 loopt zij van 20 tot 120 uur, op niveau 2 van meer dan 120 tot 300 uur.

U moet er zelf mee instemmen. Zonder uw toestemming kan de rechter haar niet opleggen.

De rechter legt in hetzelfde vonnis een vervangende straf vast. Voert u de werkstraf niet uit, dan valt u op die vervangende straf terug: bij niveau 1 een geldboete van 200 tot 20.000 euro of een gevangenisstraf van één tot zes maanden, bij niveau 2 dezelfde geldboete of een gevangenisstraf van één maand tot één jaar.

Het toezicht op de uitvoering ligt bij de strafuitvoeringsrechtbank.

De autonome probatiestraf

Bij een autonome probatiestraf leeft u bepaalde voorwaarden na tijdens een vastgelegde termijn. Op niveau 1 duurt die zes tot twaalf maanden, op niveau 2 meer dan twaalf maanden tot twee jaar. Ook hier is uw instemming nodig.

De straf onder elektronisch toezicht

Staat er op het misdrijf een gevangenisstraf, dan kan de rechter kiezen voor een straf onder elektronisch toezicht, de zogenaamde enkelband. Op niveau 2 loopt die van één maand tot één jaar.

Op niveau 1 bestaat die mogelijkheid niet, en dat is logisch: daar bestaat geen gevangenisstraf om te vervangen.

De gevangenisstraf

Bij verkeersmisdrijven komt een gevangenisstraf niet vaak voor. Op niveau 1 is zij zelfs uitgesloten, en alle vier de graden van verkeersovertredingen zitten op dat niveau.

Zij komt in beeld vanaf niveau 2, en dan vooral bij de zwaardere misdrijven: rijden zonder rijbewijs, rijden ondanks een onmiddellijke intrekking, rijden tijdens een rijverbod, herhaling van alcohol- of drugsmisdrijven en vluchtmisdrijf met slachtoffers.

Een verplichte gevangenisstraf bestaat niet. Ook op niveau 3 en niveau 4 kan de rechter verzachtende omstandigheden aannemen en de straf vervangen door een straf van een lager niveau. Wat wel klopt: de zwaarste tenlasteleggingen zitten op een niveau waar de gevangenisstraf het uitgangspunt is.

Liep een ongeval dodelijk af, dan geldt de strafbaarstelling doding in het verkeer, artikel 107 van het Strafwetboek, een straf van niveau 3. Zijn er verzwarende omstandigheden zoals rijden onder invloed of rijden zonder rijbewijs, dan wordt dat verzwaarde doding in het verkeer, artikel 107/1 van het Strafwetboek, een straf van niveau 4 met tot tien jaar gevangenis. Lees daarover ons artikel Doding in het verkeer sinds 1 september 2026: zeven omstandigheden die uw straf verdubbelen.

Vielen er gewonden zonder dodelijke afloop, dan gaat het om het veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer, artikel 218 van het Strafwetboek, een straf van niveau 2. Lees daarover ons artikel Onopzettelijke slagen en verwondingen heet nu integriteitsaantasting in het verkeer.

Bij vluchtmisdrijf hangt het niveau af van de gevolgen: zonder slachtoffers niveau 1 en dus geen gevangenisstraf, met gewonden niveau 2, met een dode niveau 3.

Uitstel en opschorting

Twee gunstmaatregelen kunnen uw straf mild houden, en beide moet u op de zitting vragen.

Uitstel, artikel 65 van het Strafwetboek, bestaat enkel tot en met niveau 3, voor een duur van één tot vijf jaar. Niet uitstelbaar zijn de verbeurdverklaring, de straf onder elektronisch toezicht, de werkstraf, de probatiestraf, de behandeling onder vrijheidsberoving, de verlengde opvolging en een vervangende straf.

Krijgt u uitstel voor uw rijverbod, dan bijt artikel 41 van de Wegverkeerswet daarin: de rechter die uitstel wil geven, moet een effectief gedeelte van minstens acht dagen opleggen.

Opschorting van de uitspraak, artikel 64 van het Strafwetboek, is mogelijk bij niveau 1 tot en met niveau 6, met een proeftijd van één tot vijf jaar en met uw instemming. Er komt dan geen straf, maar het is geen volledige vrijspraak: u wordt wel veroordeeld in de kosten en, waar nodig, tot teruggave en verbeurdverklaring.

Het verval van het recht tot sturen

Het verval van het recht tot sturen, in de volksmond het rijverbod, is een bijkomende straf, zoals artikel 37 van het Strafwetboek dat noemt. Het loopt van acht dagen tot vijf jaar. Ook een langer of levenslang rijverbod is mogelijk, al kan u na een bepaalde periode de opheffing of het herstel vragen.

Artikel 38, § 1 van de Wegverkeerswet bepaalt in welke gevallen de rechter een verval kan uitspreken: onder meer bij alcoholintoxicatie, drugs in het verkeer, overtredingen van de tweede of de derde graad, bepaalde snelheidsovertredingen, en bij een veroordeling wegens de artikelen 107, 107/1 of 218 van het Strafwetboek.

In andere gevallen moet hij dat. Dat volgt niet uit één opsomming, maar uit de afzonderlijke strafbepalingen: artikel 29, § 1 voor de vierde graad, artikel 29, § 3 voor de zwaarste snelheidsovertredingen, artikel 33, § 2 voor vluchtmisdrijf met slachtoffers, artikel 35 voor dronkenschap, en artikel 38, § 6 bij herhaling.

Artikel 38, § 2 doet iets anders dan men vaak leest: die paragraaf somt geen feiten op waarvoor een rijverbod verplicht is, maar legt minimumduur vast bij bepaalde combinaties van tenlasteleggingen. Lees daarover ons artikel over wanneer de rechter een rijverbod kan of moet opleggen.

Verwar dit niet met de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs. Die intrekking is geen straf van de rechter, maar wordt bevolen door het openbaar ministerie. Belangrijk voor u: de periode van onmiddellijke intrekking wordt in mindering gebracht van uw rijverbod. Lees daarover ons artikel over de drie soorten rijverbod.

De verbeurdverklaring en de immobilisering

Twee maatregelen kunnen uw voertuig treffen, en het verschil zit in het eigendomsrecht.

Immobilisering, artikel 50, § 1 van de Wegverkeerswet: het voertuig blijft uw eigendom, maar staat stil, in de praktijk met een wielklem. De rechter kan die bevelen in alle gevallen waarin hij een tijdelijk verval als straf uitspreekt, en nooit langer dan dat verval duurt. De kosten en het risico zijn voor u.

Verbeurdverklaring, artikel 50, § 2: u verliest het eigendomsrecht. Dat kan wanneer het verval levenslang is of ten minste drie maanden bedraagt, en het voertuig uw eigendom is. Let op die drempel van drie maanden: verbeurdverklaring hoeft dus niet te wachten op een definitief verval.

Is het voertuig niet uw eigendom, dan kan de rechter beide maatregelen enkel bevelen wanneer de eigenaar zelf veroordeeld wordt voor een van de overtredingen die artikel 50 opsomt.

Twee bepalingen begrenzen dit nog. Artikel 51 van de Wegverkeerswet is opgeheven. En artikel 52 bepaalt dat de verbeurdverklaring van het voertuig wegens een overtreding van de Wegverkeerswet en van de artikelen 107 en 218 van het Strafwetboek enkel wordt uitgesproken in de gevallen die dat hoofdstuk zelf bepaalt.

Examens en herstelonderzoeken

De rechter kan het herstel van uw rijrecht afhankelijk maken van het resultaat van een examen of een herstelonderzoek. Artikel 38, § 3 van de Wegverkeerswet somt vijf mogelijkheden op: een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek, een psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding.

Onderschat die maatregel niet. Een rijverbod loopt af, een herstelonderzoek niet: u blijft zonder rijbewijs tot u slaagt. Reken bovendien op ongeveer 620 euro voor het geheel. Lees daarover ons artikel over de vier herstelonderzoeken.

Het alcoholslot

Voor bepaalde overtredingen kan de rechter bepalen dat u enkel nog mag rijden met een voertuig dat met een alcoholslot uitgerust is.

Artikel 37/1 van de Wegverkeerswet bepaalt de duur: ten minste één jaar en ten hoogste drie jaar, of levenslang.

De rechter moet het slot opleggen wanneer de ademanalyse ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet, of de bloedanalyse ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft. Verkiest hij dat niet te doen, dan moet hij dat uitdrukkelijk motiveren. Ook bij een veroordeling wegens herhaling waarbij de ademanalyse telkens ten minste 0,50 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet, of het bloed telkens ten minste 1,2 gram per liter, beperkt hij de geldigheid van uw rijbewijs tot voertuigen met een alcoholslot.

U draagt zelf de kosten van installatie, gebruik en omkaderingsprogramma. Artikel 37/1, § 3 laat de rechter wel toe uw geldboete daarmee te verminderen, tot een minimum van één euro. Weigert u het slot te laten installeren, dan geldt de opgelegde periode als een gewoon rijverbod. Lees daarover ons artikel over rijden met een alcoholslot.

En wat gebeurt er na de straf?

Uw strafblad blijft niet eeuwig staan. Sinds 1 september 2026 wordt een geldboete tot 20.000 euro, een werkstraf tot 120 uur en een probatiestraf tot twaalf maanden na drie jaar van rechtswege uitgewist, op grond van artikel 619 van het Wetboek van strafvordering. Daarnaast verdwijnt elke verkeersgeldboete na drie jaar van het uittreksel uit het strafregister, ongeacht het bedrag, op grond van artikel 595 van datzelfde wetboek. Die gunst valt weg wanneer het vonnis een verval van meer dan drie jaar bevat.

Welk systeem geldt voor uw dossier?

De datum van uw feiten is bepalend, niet de datum van uw zitting. Voor feiten van vóór 1 september 2026 geldt in principe het oude recht.

Op die regel bestaat een belangrijke uitzondering. Valt het nieuwe recht milder uit voor u, dan past de rechter het nieuwe recht toe. Verkeersdossiers lopen vaak een jaar of langer, dus veel zittingen gaan nog over oudere feiten. Uw advocaat legt dan twee wetboeken naast elkaar.

Veelgestelde vragen

Welke straffen kan de politierechter opleggen?

Dat hangt af van het strafniveau van uw tenlastelegging. Op niveau 1 een geldboete, een werkstraf, een probatiestraf, een verbeurdverklaring, een geldstraf op basis van het behaalde voordeel of een veroordeling bij schuldigverklaring. Vanaf niveau 2 komen de gevangenisstraf, de behandeling onder vrijheidsberoving en het elektronisch toezicht in beeld.

Welke bijkomende straffen komen het vaakst voor?

Het verval van het recht tot sturen, het alcoholslot, de verbeurdverklaring en de herstelexamens.

Hoe hoog kan een geldboete oplopen?

Als hoofdstraf op niveau 1 van 200 tot 20.000 euro. Als bijkomende straf van 200 tot 5.000 euro naast niveau 2, tot 10.000 euro naast niveau 3 en tot 15.000 euro naast niveau 4. Voor de vier graden noemt de Wegverkeerswet eigen bedragen, die met 1,25 worden vermenigvuldigd.

Kan de rechter onder het wettelijk minimum gaan?

Ja, wanneer u een precaire financiële situatie bewijst. Artikel 52, § 2 van het Strafwetboek laat dat toe, en verplicht hem bovendien rekening te houden met uw draagkracht en uw sociale toestand. Betaling in schijven is eveneens mogelijk.

Riskeer ik een gevangenisstraf bij een overtreding van de vierde graad?

Neen. Alle vier de graden vallen onder strafniveau 1, en dat niveau kent geen gevangenisstraf.

Bestaat er een verplichte gevangenisstraf in verkeerszaken?

Neen. Bij verzachtende omstandigheden vervangt de rechter de straf altijd door een straf van een lager niveau.

Kan ik uitstel krijgen voor mijn rijverbod?

Ja, tot en met niveau 3, voor één tot vijf jaar. Artikel 41 van de Wegverkeerswet eist daarbij wel een effectief gedeelte van minstens acht dagen.

Wat is het verschil met een opschorting van de uitspraak?

Bij een opschorting valt de straf weg, met een proeftijd van één tot vijf jaar en met uw instemming. U wordt wel veroordeeld in de kosten en, waar nodig, tot teruggave en verbeurdverklaring.

Hoelang kan een alcoholslot duren?

Ten minste één jaar en ten hoogste drie jaar, of levenslang. Dat bepaalt artikel 37/1 van de Wegverkeerswet.

Wanneer is een alcoholslot verplicht?

Vanaf 0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of 1,8 g/l bloed, en bij herhaling wanneer telkens ten minste 0,50 mg/l of 1,2 g/l gemeten werd.

Kan mijn wagen verbeurd worden verklaard?

Dat kan wanneer uw verval levenslang is of ten minste drie maanden bedraagt en het voertuig uw eigendom is.

Wat riskeer ik bij een ongeval met gewonden?

Naast de verkeersinbreuk een veroordeling voor het veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer, artikel 218 van het Strafwetboek, een straf van niveau 2.

En bij een dodelijk ongeval?

Doding in het verkeer, artikel 107 van het Strafwetboek, een straf van niveau 3. Bij verzwarende omstandigheden verzwaarde doding in het verkeer, artikel 107/1, een straf van niveau 4 met tot tien jaar gevangenis.

Hoelang blijft mijn straf op mijn strafblad staan?

Een geldboete tot 20.000 euro, een werkstraf tot 120 uur en een probatiestraf tot twaalf maanden worden na drie jaar van rechtswege uitgewist. Elke verkeersgeldboete verdwijnt na drie jaar van het uittreksel, tenzij het vonnis een verval van meer dan drie jaar bevat.

Welk systeem geldt voor mijn zaak?

De datum van uw feiten bepaalt dat. Valt het nieuwe recht milder uit, dan geldt het nieuwe recht ook voor oudere feiten.

Zorgeloos naar de politierechtbank

De politierechter beschikt over veel meer instrumenten dan een boete en een rijverbod. Die instrumenten komen echter zelden spontaan op tafel. Iemand moet ze vragen en onderbouwen.

Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij bekijken welke straf in uw dossier realistisch is, en welk wetboek voor u het beste resultaat oplevert.

Laad uw dagvaarding op — wij bekijken of het oude of het nieuwe recht voor u gunstiger uitvalt. Naar de uploadmodule — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.

Wij kijken meteen na of u recht heeft op kosteloze bijstand via uw rechtsbijstandsverzekering. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.

Anderen lazen ook: