Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

Het Slachtofferfonds is voluit "het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders’. De wettelijke basis vindt men in de artikelen 28 tot en met 41 en 42_bis-septiesdecies_ van de Wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 6 augustus 1985.

Het Slachtofferfonds betekent dat slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, of hun verwanten, financiële hulp kunnen vragen aan de federale staat wanneer de dader onbekend is of onvermogend blijkt. Met andere woorden: het is een solidariteitsfonds voor slachtoffers die hun schade niet op de dader kunnen verhalen. De staat komt dan tussen zodat slachtoffers toch vergoed kunnen worden.

De toekenning gebeurt door de "Commissie voor financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders". De Commissie onderzoekt of de staat in een concreet dossier kan tussenkomen voor een vergoeding en hoe hoog die vergoeding dan kan zijn.

Wat zijn de toekenningsvoorwaarden voor financiële hulp?

De eerste voorwaarde is het subsidiariteitsbeginsel. Dat houdt in dat u alleen recht heeft op financiële hulp als u op geen andere manier een voldoende vergoeding kunt krijgen. Als u wel een passende vergoeding van de dader kunt bekomen, kunt u geen vergoeding vragen aan het Slachtofferfonds.

Wanneer kunt u dan terecht bij het Slachtofferfonds?

Dat is het geval wanneer de dader onbekend of onvermogend is. U moet eerst alle redelijke stappen hebben gezet om de schade op de eigenlijke dader te verhalen. Als u dat niet hebt gedaan, kunt u toch bij het Slachtofferfonds terecht, op voorwaarde dat u aannemelijk maakt waarom de invordering te onzeker zou zijn, te lang zou duren of waarom de kans op verhaal onbestaand is.
Daarnaast hebben alleen bepaalde personen recht op een vergoeding, komt alleen bepaalde schade in aanmerking, en moet het gaan om een opzettelijke gewelddaad of een daad van terrorisme. Verder moet er sprake zijn van oorzakelijkheid en territorialiteit: de gewelddaden moeten zich dus in België voordoen.
Hieronder lichten we die toekenningsvoorwaarden verder toe.

Wie heeft recht op een vergoeding?

Artikel 31 van de van de Wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen bepaalt wie recht heeft op een vergoeding van het Slachtofferfonds. Enerzijds hebben personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad recht op een vergoeding. Anderzijds kunnen ook bepaalde erfgerechtigden een aanspraak maken op een vergoeding uit het fonds.

Wanneer spreekt men van een opzettelijke gewelddaad?

In de wet vindt u geen definitie van ‘gewelddaad’. Eerst en vooral moet het gaan om een gewelddaad tegen personen, en dus niet tegen goederen of dieren. Daarnaast is er ook een intentioneel element vereist: de dader moet de bedoeling hebben om een gewelddaad te plegen. Tot slot moet die gewelddaad bepaalde gevolgen hebben nagelaten, meer bepaald moet ze rechtstreeks ernstige lichamelijke of psychische schade bij het slachtoffer hebben veroorzaakt. Voorbeelden zijn onder meer slagen en verwondingen, seksuele misdrijven, enz...

Wat is een daad van terrorisme?

Van een daad van terrorisme is sprake wanneer de Koning die daad erkent als een daad van terrorisme bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad. Ook hier moet de daad ernstige lichamelijke of psychische schade bij het slachtoffer hebben veroorzaakt.

Wat bedoelt men met "oorzakelijkheid"?

Oorzakelijkheid betekent dat de opzettelijke gewelddaad of de daad van terrorisme de rechtstreekse oorzaak moet zijn van de ernstige lichamelijke of psychische schade. Dat is een belangrijke vereiste. Zo is er bijvoorbeeld geen sprake van rechtstreekse oorzakelijkheid wanneer u schade hebt opgelopen terwijl u vluchtte van de plaats waar u slachtoffer werd van de opzettelijke gewelddaad.
Bij de occasionele redder zijn er twee mogelijkheden van oorzakelijkheid. Enerzijds wanneer iemand vrijwillig hulp verleent aan een slachtoffer van een opzettelijke gewelddaad, en anderzijds wanneer de redder een daad stelt om personen te redden van wie het leven in gevaar was.

Welke schade komt in aanmerking voor vergoeding door het Slachtofferfonds?

Welke schadeposten kunnen worden vergoed en in welke vorm van hulp dat kan, leest u in onze afzonderlijke bijdrage!

200 EUR bijdrage in het Fonds, alstublieft!

Het Slachtofferfonds wordt gefinancierd door bijdragen die veroordeelden moeten betalen. Op basis van artikel 29 van de Wet van 1 augustus 1985 legt de rechter bij elke veroordeling tot een criminele of correctionele hoofdstraf de verplichting op om een bedrag van 25 EUR als bijdrage aan het Fonds te betalen. Dat bedrag wordt vervolgens verhoogd met opdeciemen, waardoor het moet worden vermenigvuldigd met 8. Dat komt neer op 200 EUR. U ziet het: de Belgische staat vraagt heel wat solidariteit van een veroordeelde. Die bijdrage is inmiddels zo hoog geworden dat ze eigenlijk een straf op zich is geworden.

Contacteer de advocaten van Verkeerszaken.be

Heeft u vragen over het Slachtofferfonds? Of hebt u hulp nodig bij het indienen van een verzoek tot hulp? Of weet u niet of u als slachtoffer in aanmerking komt? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met de advocaten van Verkeerszaken.be! Ons team van specialisten staat klaar om de beste juridische oplossing te bieden.

Anderen lazen ook