Voor welke overtredingen riskeert u een rijverbod?
Een rijverbod is een bijkomende straf die de politierechter oplegt. Artikel 38 van de Wegverkeerswet maakt daarbij een onderscheid dat uw dossier bepaalt: in sommige gevallen kan de rechter een rijverbod opleggen, in andere moet hij dat.
Dat verschil is uw eerste vraag. Valt uw overtreding onder de eerste categorie, dan heeft pleiten zin. Valt zij onder de tweede, dan gaat het gesprek nog enkel over de duur en de modaliteiten.
Hieronder vindt u beide lijsten, en de weg naar wat u er dan aan kan doen.
Gedagvaard en vreest u uw rijbewijs te verliezen? Laad uw dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij bekijken onder welke categorie uw dossier valt. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate
Wanneer de rechter een rijverbod kán opleggen
Artikel 38, § 1 somt die gevallen op. Hier beschikt de politierechter over een keuze.
- Alcoholintoxicatie (artikel 34). Lees daarover ons artikel over wat alcoholintoxicatie is.
- Aanzetten tot dronken sturen of een voertuig toevertrouwen aan wie duidelijke tekens van alcoholopname vertoont (artikel 37).
- Rijden onder invloed van verdovende middelen (artikel 37bis, § 1).
- Het niet tijdig inleveren van uw rijbewijs na een rijverbod (artikel 49/1). Lees daarover ons artikel over de straf voor het niet inleveren.
- Uitrusting die vaststellingen bemoeilijkt of verhindert (artikel 62bis).
- Het niet meedelen wie het voertuig bestuurde (artikel 67bis, tweede lid, tweede zin, en artikel 67ter).
- Doding in het verkeer, verzwaarde doding in het verkeer en het veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer (de artikelen 107, 107/1 en 218 van het Strafwetboek). Lees daarover onze artikels Doding in het verkeer sinds 1 september 2026: zeven omstandigheden die uw straf verdubbelen en Onopzettelijke slagen en verwondingen heet nu integriteitsaantasting in het verkeer.
- Overtredingen van de tweede of derde graad (artikel 29, § 1).
- Te snel rijden (artikel 38, § 1, 3°bis): meer dan 30 en hoogstens 40 km/u te snel, of meer dan 20 en hoogstens 30 km/u te snel in een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf. Lees daarover ons artikel over de boetes voor te snel rijden.
- Elke overtreding van de Wegverkeerswet wanneer u binnen drie jaar vóór de overtreding driemaal werd veroordeeld wegens een overtreding van die wet.
- Rijden zonder rijbewijs (artikel 30, § 1) en vluchtmisdrijf (artikel 33, § 1 of § 3, 1°). In het Vlaams Gewest komt daar artikel 30, § 2, 1° bij.
Let op dat voorlaatste punt, want daar leest u het vaak fout. Eén oude overtreding volstaat niet: de wet eist drie eerdere veroordelingen binnen drie jaar vóór de nieuwe feiten.
De duur. Het laatste lid van § 1 zet die vast op ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Meer dan vijf jaar of levenslang is mogelijk in drie gevallen: bij een veroordeling wegens artikel 107 of 107/1 van het Strafwetboek, wanneer u binnen de drie jaar vóór de overtredingen bedoeld in 1° en 5° al werd veroordeeld wegens een van die overtredingen, en in het geval bedoeld in 4°.
Wanneer de rechter een rijverbod móet opleggen
Die verplichting volgt niet uit één opsomming, maar uit de afzonderlijke strafbepalingen. Elk geval heeft zijn eigen minimumduur, en dat minimum bepaalt uw onderhandelingsruimte.
- Overtredingen van de vierde graad (artikel 29, § 1, eerste lid): acht dagen tot vijf jaar. Spreekt de rechter het verval niet uit, dan moet hij die beslissing motiveren.
- Meer dan 40 km/u te snel, of meer dan 30 km/u te snel in een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf (artikel 29, § 3, derde lid): acht dagen tot vijf jaar, eveneens met een motiveringsplicht wanneer hij het niet uitspreekt.
- Dronkenschap of een soortgelijke staat door drugs of geneesmiddelen (artikel 35): ten minste één maand tot vijf jaar of voorgoed. Lees daarover ons artikel over dronken rijden.
- Rijden ondanks de onmiddellijke intrekking van uw rijbewijs (artikel 30, § 3): ten minste drie maanden tot vijf jaar of levenslang.
- Vluchtmisdrijf na een ongeval met gewonden of doden (artikel 33, § 2): ten minste drie maanden tot vijf jaar of levenslang.
- Rijden tijdens een rijverbod, of rijden zonder aan de herstelvoorwaarden te hebben voldaan (artikel 48, § 1): ten minste drie maanden tot vijf jaar of levenslang. Lees daarover ons artikel over wat u dan riskeert.
- Het niet naleven van een opgelegd alcoholslot (artikel 37/1, § 4): een periode die ten minste even lang is als de periode waarin de geldigheid van uw rijbewijs beperkt was. Lees daarover ons artikel over rijden met een alcoholslot.
De minima van artikel 38, § 2 bij samenloop
Over deze paragraaf bestaat een hardnekkig misverstand. Artikel 38, § 2 somt geen feiten op waarvoor een rijverbod verplicht is. Wat die paragraaf doet, is een minimumduur vastleggen wanneer de rechter tegelijk voor twee zaken veroordeelt.
- Veroordeelt hij tegelijk wegens artikel 107 of 107/1 van het Strafwetboek en wegens artikel 29, § 1 of § 3, artikel 34, § 2, artikel 35 of artikel 37bis, § 1 van de Wegverkeerswet, dan bedraagt het verval ten minste drie maanden.
- Veroordeelt hij tegelijk wegens artikel 107 of 107/1 van het Strafwetboek en wegens artikel 36 van de Wegverkeerswet, dan is dat ten minste één jaar.
- Veroordeelt hij tegelijk wegens artikel 218 van het Strafwetboek en wegens artikel 36 van de Wegverkeerswet, dan ten minste zes maanden.
In elk van die drie gevallen wordt het herstel in het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken van § 3, eerste lid. De opleiding van § 3, 5° kan het theoretisch en het praktisch examen aanvullen of vervangen.
Bij herhaling loopt het minimum op
Artikel 38, § 6 legt een tweede reeks minima vast. Overtreedt u binnen drie jaar na een in kracht van gewijsde gegane veroordeling opnieuw een van de daar opgesomde bepalingen — onder meer de vierde graad, de zwaarste snelheidsovertredingen, rijden zonder rijbewijs, vluchtmisdrijf, alcoholintoxicatie, dronkenschap, drugs, rijden tijdens een rijverbod en het rijden zonder verzekering — dan moet de rechter een verval van ten minste drie maanden uitspreken en het herstel afhankelijk maken van de vier examens en onderzoeken.
Loopt het verder, dan lopen de minima mee op: ten minste zes maanden bij een tweede herhaling, en ten minste negen maanden bij een derde.
Artikel 38, § 7 zet daar één rem op. De rechter is niet verplicht een verval uit te spreken wanneer de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring, of wanneer zij werd begaan door een voetganger.
Bent u beginnende bestuurder? Dan geldt een strenger regime
Artikel 38, § 5 viseert wie sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B, of van een als zodanig geldend bewijs. Daaronder valt ook de houder van een voorlopig rijbewijs.
Voor die groep moet de rechter niet enkel een verval uitspreken, maar het herstel van het rijrecht ook minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of het praktisch examen. De opleiding van § 3, 5° kan die examens aanvullen of vervangen. Voorwaarde is wel dat de overtreding met een motorvoertuig werd begaan en tot een verval kan leiden.
Op die verplichting bestaan twee uitzonderingen, en beide zijn het nakijken waard.
- Zij geldt niet voor artikel 38, § 1, 2° in geval van een integriteitsaantasting als bedoeld in artikel 79, 15° van het Strafwetboek.
- Zij geldt niet voor overtredingen van de tweede graad (artikel 29, § 1).
Lees daarover ons artikel over het regime van de beginnende bestuurder.
De vijf herstelvoorwaarden
Artikel 38, § 3 laat de rechter toe het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van vijf voorwaarden:
- een theoretisch examen;
- een praktisch examen;
- een geneeskundig onderzoek;
- een psychologisch onderzoek;
- een specifieke opleiding, bepaald door de Koning.
Onderschat die maatregel niet. Een rijverbod loopt af, een herstelonderzoek niet: u blijft zonder rijbewijs tot u slaagt.
Artikel 38, § 8 sluit die opleiding en die examens in twee gevallen uit: wanneer de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen, en wanneer een levenslang verval als straf werd uitgesproken.
Het weekendrijverbod
Artikel 38, § 2bis laat de rechter toe te bevelen dat uw effectief verval enkel wordt uitgevoerd van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur, en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag.
Die mogelijkheid valt weg in twee gevallen: bij toepassing van artikel 37/1, dus wanneer u een alcoholslot krijgt, en wanneer de rechter het herstel afhankelijk maakt van een of meer van de examens en onderzoeken van § 3 of van de opleiding uit diezelfde paragraaf.
Lees daarover ons artikel over het weekendrijverbod.
Rijverbod of onmiddellijke intrekking? Twee verschillende dingen
Dat onderscheid wordt vaak verward, en het bepaalt welke regels op u van toepassing zijn.
| Kenmerk | Onmiddellijke intrekking | Rijverbod |
|---|
| Aard | veiligheidsmaatregel | straf |
| Wie beslist | politie of procureur des Konings | de politierechter |
| Wanneer | meteen na de feiten | bij het vonnis |
| Duur | in principe 15 dagen | 8 dagen tot 5 jaar of levenslang |
Beide hangen samen: de periode van onmiddellijke intrekking gaat later van uw rijverbod af. Lees daarover ons artikel over de onmiddellijke intrekking van uw rijbewijs.
Een derde soort: het verval wegens ongeschiktheid
Naast het rijverbod als straf bestaat er een verval dat geen straf is. Artikel 42 van de Wegverkeerswet bepaalt dat een verval moet worden uitgesproken wanneer de schuldige, naar aanleiding van een veroordeling, een opschorting van straf of een internering, lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden om een motorvoertuig te besturen. Dat kan volgen uit een overtreding van de Wegverkeerswet, uit een ongeval te wijten aan zijn persoonlijk toedoen, of uit een overtreding van de artikelen 107, 107/1 of 218 van het Strafwetboek.
Dit verval is een beveiligingsmaatregel, en dat heeft twee gevolgen. Het kan in elke graad van veroordeling worden uitgesproken, ongeacht wie het rechtsmiddel instelde. En het heeft geen vaste duur: die hangt af van het bewijs dat u niet langer ongeschikt bent.
Artikel 44 geeft u de weg terug. Na minstens zes maanden vanaf de dag van het in kracht van gewijsde gegane vonnis kan u via een verzoekschrift aan het openbaar ministerie een herziening vragen bij het gerecht dat het verval uitsprak. Tegen die uitspraak staat geen hoger beroep open. Wordt uw verzoek afgewezen, dan kan u pas zes maanden na die afwijzing een nieuw verzoek indienen.
Wat kan u eraan doen?
Ook wanneer een rijverbod verplicht is, blijft er ruimte. Die zit in de duur en in de vorm.
- Uitstel of een opschorting van de uitspraak. Let daarbij op artikel 41 van de Wegverkeerswet: wil de rechter uitstel geven voor uw verval, dan moet hij een effectief gedeelte van minstens acht dagen opleggen. Lees daarover ons artikel over de alternatieven die de politierechter kan opleggen.
- Een weekendrijverbod, zodat u in de week kan blijven werken, binnen de grenzen van § 2bis hierboven.
- Een rijverbod beperkt tot bepaalde categorieën. Artikel 45 van de Wegverkeerswet laat dat toe, behalve bij een alcoholslot en behalve wanneer de rechter het herstel afhankelijk maakt van examens of onderzoeken. Het verval moet wel altijd minstens de categorie treffen waarmee u de overtreding beging. Lees daarover ons artikel over het beperkt rijverbod.
Al die pistes moet u op de zitting vragen. Achteraf kan het niet meer.
En daarna?
Kreeg u een rijverbod, dan volgt een traject met eigen termijnen. Uw rijverbod gaat niet in op de dag van het vonnis, en u moet uw rijbewijs binnen vier werkdagen na de betekening inleveren.
Lees daarover ons artikel over wanneer uw rijverbod ingaat, en over de herstelonderzoeken wanneer de rechter die oplegde.
Veelgestelde vragen
Wanneer kan de politierechter een rijverbod opleggen?
Onder meer bij alcoholintoxicatie, drugs, vluchtmisdrijf, rijden zonder rijbewijs, overtredingen van de tweede of derde graad, bepaalde snelheidsovertredingen en bij een veroordeling wegens de artikelen 107, 107/1 of 218 van het Strafwetboek.
Wanneer moet hij dat doen?
Onder meer bij overtredingen van de vierde graad, bij meer dan 30 of 40 km/u te snel, bij dronkenschap, bij vluchtmisdrijf met gewonden of doden, bij rijden ondanks een onmiddellijke intrekking, bij rijden tijdens een rijverbod en bij herhaling.
Hoelang kan een rijverbod duren?
Van acht dagen tot vijf jaar. Meer dan vijf jaar of levenslang is mogelijk bij doding in het verkeer of verzwaarde doding in het verkeer, bij eerdere veroordelingen voor de gevallen van artikel 38, § 1, 1° en 5°, en in het geval van artikel 38, § 1, 4°.
Bestaat er een minimum van drie maanden?
Ja, in verschillende gevallen: bij vluchtmisdrijf met slachtoffers, bij rijden ondanks een onmiddellijke intrekking, bij rijden tijdens een rijverbod, bij de combinaties van artikel 38, § 2, en bij herhaling volgens artikel 38, § 6. Bij dronkenschap bedraagt het minimum één maand.
Wat is het verschil met een onmiddellijke intrekking?
Een intrekking is een veiligheidsmaatregel van de politie of het parket. Een rijverbod is een straf van de rechter.
Ik heb mijn rijbewijs minder dan twee jaar. Geldt er iets bijzonders?
Ja. Artikel 38, § 5 verplicht de rechter dan een verval uit te spreken en het herstel minstens afhankelijk te maken van het theoretisch of het praktisch examen. Die verplichting geldt echter niet voor overtredingen van de tweede graad, en niet voor artikel 38, § 1, 2° in geval van een integriteitsaantasting als bedoeld in artikel 79, 15° van het Strafwetboek.
Telt een oude overtreding mee?
Enkel wanneer er drie zijn. Artikel 38, § 1, 4° vereist dat u binnen drie jaar vóór de nieuwe overtreding driemaal werd veroordeeld. Voor de verplichte minima van artikel 38, § 6 volstaat wel één eerdere veroordeling binnen drie jaar.
Kan ik een verplicht rijverbod vermijden?
Vermijden meestal niet, milderen vaak wel: via uitstel met een effectief gedeelte van minstens acht dagen, een weekendrijverbod of een beperking tot bepaalde categorieën.
Kan mijn rijbewijs afgenomen worden om medische redenen?
Ja. Artikel 42 verplicht de rechter een verval uit te spreken wanneer u lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden. Dat verval duurt tot u het tegendeel bewijst, en u kan na zes maanden een herziening vragen op grond van artikel 44.
Zorgeloos naar de politierechtbank
De eerste vraag in elk dossier is of uw rijverbod facultatief of verplicht is. Dat bepaalt of het gesprek gaat over óf u uw rijbewijs verliest, of enkel over hoelang en in welke vorm.
Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij zoeken uit onder welke categorie uw dossier valt, en welke ruimte er dan overblijft.
Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook: