Wat zijn opdeciemen?
Opdeciemen zijn de wettelijke verhoging van strafrechtelijke geldboetes. De wetgever wil die boetes laten meegroeien met de levensduurte. In plaats van elke wet afzonderlijk te herschrijven, past hij één vermenigvuldigingsfactor toe op alle bedragen.
Het gevolg voor u is groot. De rechter spreekt een geldboete uit, en op uw afrekening staat een veelvoud daarvan. Dat is geen vergissing, maar de wet.
De regeling staat in de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten.
In de Wegverkeerswet geldt sinds 1 september 2026 factor 1,25
Dit is de wijziging die u nergens goed uitgelegd zal vinden, en zij zorgt voor veel verwarring.
Aan het hoofd van Titel IV van de Wegverkeerswet — het deel met de strafbepalingen — staat sinds 1 september 2026 deze nota:
"Ingevolge de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten, worden alle hieronder vermelde bedragen van de geldboetes vermenigvuldigd met 1,25."
Factor 1,25 dus, waar het tot 31 augustus 2026 factor 10 was. En toch betaalt u niet minder.
De reden is eenvoudig: de basisbedragen in de wet zijn mee opgetrokken. Bij de omzetting van de Wegverkeerswet naar de strafniveaus van het nieuwe Strafwetboek vermenigvuldigde de wetgever elk basisbedrag met acht, en verlaagde hij de factor van tien naar 1,25. Acht maal 1,25 is tien. Het eindbedrag blijft dus exact hetzelfde.
Een voorbeeld. Alcoholintoxicatie vanaf 0,35 milligram per liter stond vóór 1 september in de wet als 200 tot 2.000 euro. Maal tien: 2.000 tot 20.000 euro. Vandaag staat er 1.600 tot 16.000 euro. Maal 1,25: opnieuw 2.000 tot 20.000 euro.
Leest u ergens dat de verkeersboetes op 1 september 2026 met een kwart stegen? Dat is niet juist. Wat er veranderde, is de manier waarop de wet hetzelfde bedrag opschrijft.
Wat u werkelijk betaalt, per overtreding
Reken met deze tabel. De middelste kolom is wat er in de wet staat, de rechtse kolom is wat op uw afrekening komt.
| Overtreding | In de wet | Na × 1,25 |
|---|
| Eerste graad | 80 – 2.000 | 100 – 2.500 euro |
| Tweede graad | 160 – 2.000 | 200 – 2.500 euro |
| Derde graad | 240 – 4.000 | 300 – 5.000 euro |
| Vierde graad | 320 – 4.000 | 400 – 5.000 euro |
| Snelheid | 80 – 4.000 | 100 – 5.000 euro |
| Alcohol 0,22 tot 0,35 mg/l | 200 – 4.000 | 250 – 5.000 euro |
| Alcohol vanaf 0,35 mg/l, weigering, dronkenschap | 1.600 – 16.000 | 2.000 – 20.000 euro |
| Rijden zonder rijbewijs | 1.600 – 16.000 | 2.000 – 20.000 euro |
| Vluchtmisdrijf | 1.600 – 16.000 | 2.000 – 20.000 euro |
| Vluchtmisdrijf met gewonden of een dode | 3.200 – 40.000 | 4.000 – 50.000 euro |
| Alcohol met herhaling | 3.200 – 40.000 | 4.000 – 50.000 euro |
| Alcohol met nieuwe herhaling | 6.400 – 80.000 | 8.000 – 100.000 euro |
| Rijden tijdens een rijverbod | 4.000 – 16.000 | 5.000 – 20.000 euro |
| Voertuig toevertrouwen aan wie geen rijbewijs heeft | 800 – 8.000 | 1.000 – 10.000 euro |
De datum van uw feiten bepaalt nog steeds welke regel geldt
Dit punt levert in de praktijk vaak verwarring op, en het scheelt honderden euro's. Niet de datum van uw zitting telt, maar de datum waarop u de overtreding beging.
- Feiten tot en met 31 januari 2026 vallen onder 70 opdeciemen, dus factor 8.
- Feiten van 1 februari tot 31 augustus 2026 vallen onder 90 opdeciemen, dus factor 10.
- Feiten vanaf 1 september 2026 vallen onder de nieuwe tekst van de Wegverkeerswet, met factor 1,25 op de opgetrokken basisbedragen — met hetzelfde eindbedrag als factor 10 opleverde.
De wet van 19 december 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2025, verhoogde het aantal opdeciemen van 70 naar 90. Die grens van 1 februari 2026 is hard. Voor overtredingen van vóór die datum blijft factor 8 gelden, ook wanneer uw uitspraak veel later valt — en dat is een verschil van een kwart in uw voordeel.
Verkeersdossiers lopen vaak een jaar of langer. Veel zittingen van vandaag gaan dus nog over feiten uit 2025 of januari 2026. Controleer die datum dan ook altijd op uw dagvaarding.
Enkel geldboetes die een rechter uitspreekt
De opdeciemen gelden niet voor alles. Zij zijn van toepassing op strafrechtelijke geldboetes die een rechter uitspreekt.
Zij gelden dus niet voor een onmiddellijke inning of een minnelijke schikking. Die bedragen staan als vaste sommen in een koninklijk besluit: 64 euro voor de lichtste overtredingen, 128 euro voor de tweede graad, 191 euro voor de derde en 520 euro voor de vierde. Betaalt u het voorstel dat u in de bus krijgt, dan blijft het bij dat bedrag, verhoogd met een administratieve toeslag.
Precies daarom valt het verschil zo op wanneer een dossier alsnog voor de rechtbank komt. Een tweede graad kost u 128 euro als onmiddellijke inning, en 200 tot 2.500 euro als de politierechter erover beslist.
Gedagvaard voor de politierechtbank? Laad uw dagvaarding of proces-verbaal op via onze uploadmodule. Wij berekenen wat u concreet riskeert, en met welke factor. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate
De bijdrage aan het Slachtofferfonds volgt mee, maar anders
Ook de bijdrage aan het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden is onderworpen aan de opdeciemen.
Die bijdrage bedraagt 25,00 euro maal de algemene factor, dus 250,00 euro.
Hier geldt echter een afwijkende regel, en die werkt in uw nadeel. Anders dan bij de geldboete speelt de datum van uw feiten geen rol. De verhoging gaat onmiddellijk in, dus ook voor oudere feiten bedraagt de bijdrage 250,00 euro.
| Geldboete van de rechter | Bijdrage Slachtofferfonds |
|---|
| Welke datum telt | de datum van de feiten | geen, de verhoging geldt meteen |
| Feiten in januari 2026 | factor 8 | 250 euro |
| Feiten vanaf februari 2026 | factor 10 | 250 euro |
| Feiten vanaf september 2026 | factor 1,25 op de nieuwe basisbedragen | 250 euro |
U betaalt die bijdrage bij een geldboete van minstens 25,00 euro, bij een gevangenisstraf van minstens 8 dagen of bij een werkstraf van minstens 46 uur.
In de praktijk voelt die bijdrage aan als een tweede straf. Soms ligt zij zelfs hoger dan de geldboete die de rechter effectief uitsprak. Lees daarover ons artikel over het Slachtofferfonds en over wat een veroordeling echt kost.
Wat er buiten de Wegverkeerswet geldt
Één nuance die u moet kennen wanneer uw dossier ook een misdrijf uit het Strafwetboek bevat, bijvoorbeeld een integriteitsaantasting in het verkeer of een doding in het verkeer.
De factor 1,25 staat uitdrukkelijk aan het hoofd van Titel IV van de Wegverkeerswet, en geldt voor de bedragen die daar vermeld staan. Het Strafwetboek drukt zijn geldboetes sinds 1 september 2026 uit per strafniveau: 200 tot 20.000 euro als hoofdstraf van niveau 1, en als bijkomende straf 200 tot 5.000 euro naast niveau 2, 200 tot 10.000 euro naast niveau 3 en 200 tot 15.000 euro naast niveau 4.
Die bedragen liggen op hetzelfde niveau als de opgetrokken bedragen in de Wegverkeerswet, wat erop wijst dat ook zij op dezelfde manier zijn herschaald. Reken ze dus niet zonder meer maal tien. Laat het exacte eindbedrag in uw dossier narekenen in plaats van zelf een factor toe te passen.
Nieuw en nuttig is daarbij artikel 52, § 2 van het Strafwetboek. De rechter moet bij het bepalen van uw geldboete rekening houden met uw financiële draagkracht en uw sociale toestand. Hij mag onder het wettelijk minimum gaan wanneer u een element voorlegt dat uw precaire financiële situatie bewijst. En hij mag beslissen dat u in schijven betaalt. Dat zijn drie argumenten die u met stukken moet aanbrengen, want de rechter gaat ze niet zelf zoeken.
Waar uw advocaat het verschil maakt
Elke euro die uw advocaat van de basisboete afhaalt, telt door met de volledige factor. Dat maakt de zitting belangrijker dan veel mensen vermoeden.
Vier pistes bestaan er.
- Een lagere basisboete. Elke stap naar beneden vermenigvuldigt zich.
- Onder het wettelijk minimum. Bewijst u uw precaire financiële situatie, dan mag de rechter daaronder gaan (art. 52, § 2 Sw.).
- Uitstel. De rechter spreekt de boete uit zonder haar te laten uitvoeren. Dat kan voor straffen tot en met niveau 3.
- Opschorting van de uitspraak. Geen veroordeling betekent geen geldboete, en dus ook geen opdeciemen en geen bijdrage aan het Slachtofferfonds.
Lees daarover ons artikel over de alternatieven die de politierechter kan opleggen.
Wat zegt de wet precies?
Artikel 1 van de wet van 5 maart 1952 luidt:
"Het bedrag der strafrechtelijke geldboeten uitgesproken door de hoven en rechtbanken krachtens het Strafwetboek en de bijzondere, zelfs van na deze wet daterende wetten en reglementen, wordt met zeventig decimes verhoogd, zonder dat die verhoging het juridisch karakter van die boeten wijzigt."
Die tekst noemt nog zeventig decimes. De wet van 19 december 2025 verhoogde dat aantal naar negentig, met ingang van 1 februari 2026. En de Wegverkeerswet vermeldt sinds 1 september 2026 aan het hoofd van haar strafbepalingen zelf de factor die op haar eigen bedragen van toepassing is: 1,25.
Veelgestelde vragen
Welke factor geldt vandaag voor een verkeersboete?
Voor feiten vanaf 1 september 2026: factor 1,25 op de bedragen die in de Wegverkeerswet staan. Die bedragen zijn mee opgetrokken, dus het eindbedrag is hetzelfde als voordien.
Zijn de verkeersboetes op 1 september 2026 duurder geworden?
Neen. De basisbedragen gingen maal acht en de factor ging van tien naar 1,25. Acht maal 1,25 is tien: het eindbedrag blijft identiek.
Welke datum bepaalt de factor?
De datum van uw overtreding, niet die van uw zitting. Feiten tot en met 31 januari 2026 vallen onder factor 8, feiten van februari tot augustus 2026 onder factor 10, en feiten vanaf september 2026 onder de nieuwe tekst met factor 1,25.
Waar vind ik die factor van 1,25?
In de nota aan het hoofd van Titel IV van de Wegverkeerswet, het deel met de strafbepalingen.
Gelden de opdeciemen op een onmiddellijke inning?
Neen. Zij gelden enkel voor geldboetes die een rechter uitspreekt. Een onmiddellijke inning is een vast bedrag uit een koninklijk besluit, verhoogd met een administratieve toeslag.
Hoeveel bedraagt de bijdrage aan het Slachtofferfonds?
250,00 euro. Daar geldt de datum van uw feiten niet: die verhoging ging onmiddellijk in.
Moet ik die bijdrage betalen als er geen slachtoffer was?
Ja. Zij is verschuldigd bij elke geldboete vanaf 25,00 euro.
Kan de rechter onder het wettelijk minimum gaan?
Ja, sinds 1 september 2026. Artikel 52, § 2 van het Strafwetboek laat dat toe wanneer u een element voorlegt dat uw precaire financiële situatie bewijst. Hij kan ook betaling in schijven toestaan.
Dekt mijn rechtsbijstandsverzekering mijn geldboete?
Neen. Een verzekering dekt uw advocaat- en gerechtskosten, nooit uw strafrechtelijke geldboete.
Zorgeloos naar de politierechtbank
Twee dingen bepalen uw eindbedrag: de datum van uw feiten, en de basisboete die de rechter uitspreekt. Het eerste controleert u op uw dagvaarding. Het tweede is waar uw verdediging over gaat.
En laat u niet in de war brengen door wat u elders leest. De rekenwijze veranderde op 1 september 2026, uw boete niet.
Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij berekenen wat u werkelijk riskeert, en pleiten op de post die het zwaarst weegt.
Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook:
