Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

Rijden tijdens een rijverbod: wat riskeert u?

Rijden tijdens een rijverbod of een onmiddellijke intrekking levert u een straf van niveau 2 op en een nieuw, langer rijverbod. Niveau 2 omvat een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, maar de rechter kan ook voor een alternatief kiezen. De geldboetes lopen na de opdécime van 1,25 op tot 20.000,00 euro.

Er bestaan vier situaties, elk met een eigen wetsartikel en een eigen strafmaat. Het verschil zit in wat u overkwam: een rijverbod van de rechter, of een intrekking door de politie.

Onthoud vooral dit: in geen van die vier gevallen komt u weg met een boete alleen. De rechter legt telkens ook een nieuw rijverbod op van minstens drie maanden.

Gedagvaard voor rijden tijdens een rijverbod? Laad uw dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij bekijken uw dossier en uw kansen. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate

De vier situaties in één overzicht

SituatieWetsartikelStrafniveauGeldboete in de wetNa de opdécime van 1,25
Rijden tijdens een rijverbod van de rechterartikel 48, § 1niveau 2€ 4.000 tot € 16.000€ 5.000 tot € 20.000
Rijbewijs niet inleveren na een rijverbodartikel 49/1niveau 1€ 1.600 tot € 16.000€ 2.000 tot € 20.000
Rijden tijdens een onmiddellijke intrekkingartikel 30, § 3niveau 2€ 1.600 tot € 16.000€ 2.000 tot € 20.000
Rijbewijs niet afgeven bij een intrekkingartikel 58niveau 1€ 80 tot € 4.000€ 100 tot € 5.000

Die bedragen in de wet zien sinds 1 september 2026 anders uit dan voordien, maar u betaalt hetzelfde. De wetgever vermenigvuldigde de basisbedragen in de Wegverkeerswet met acht en verlaagde de factor van tien naar 1,25. Acht maal 1,25 is tien, dus uw eindbedrag bleef identiek.

Let op de datum van uw feiten, niet die van uw zitting. Voor feiten tot en met 31 januari 2026 gold factor 8, van 1 februari tot 31 augustus 2026 factor 10, en vanaf 1 september 2026 factor 1,25 op de opgetrokken bedragen. Lees daarover ons artikel over de opdécimes sinds 1 september 2026 en over wat een veroordeling echt kost.

Eerst het onderscheid: rijverbod of intrekking?

Dat bepaalt welk artikel op u van toepassing is.

Een rijverbod is een bijkomende straf die de politierechter oplegt. Soms is die facultatief, soms verplicht. Er bestaan verschillende vormen: een weekendrijverbod, of een rijverbod beperkt tot bepaalde voertuigcategorieën. De duur loopt van minstens acht dagen tot vijf jaar, of levenslang. Het kan met of zonder uitstel. Lees daarover ons artikel over het weekendrijverbod.

Een onmiddellijke intrekking is geen straf maar een veiligheidsmaatregel. De politie of de procureur des Konings legt die op om gevaarlijke bestuurders voorlopig uit het verkeer te halen. De standaardduur bedraagt 15 dagen, uitzonderlijk verlengbaar tot drie maanden. Lees daarover ons artikel over de onmiddellijke intrekking.

Rijden tijdens een rijverbod van de rechter

Artikel 48, § 1 van de Wegverkeerswet legt een straf van niveau 2 op. Dat niveau omvat een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, maar laat de rechter ook alternatieven. De geldboete staat in de wet op 4.000 tot 16.000 euro, en komt na de opdécime van 1,25 op 5.000,00 tot 20.000,00 euro.

Bij herhaling binnen drie jaar kan de rechter een straf van niveau 3 opleggen. De geldboete gaat dan naar 8.000 tot 32.000 euro in de wet, oftewel 10.000,00 tot 40.000,00 euro na de opdécime.

Daarbovenop legt de politierechter u een nieuw rijverbod op van minstens drie maanden tot vijf jaar, of levenslang.

Let op één verbod dat weinigen kennen: tijdens die periode mag u niet alleen zelf niet rijden, u mag ook geen rijles geven. Wie als begeleider optreedt bij een voorlopig rijbewijs, valt daar dus onder.

Uw rijbewijs niet inleveren na een rijverbod

Ook dat is een afzonderlijk misdrijf. Artikel 49/1 van de Wegverkeerswet bepaalt:

"Met een straf van niveau 1 wordt gestraft hij die, nadat tegen hem een verval van het recht op sturen werd uitgesproken, zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet inlevert binnen de door de Koning bepaalde termijn. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro."

Na de opdécime van 1,25 loopt die boete op tot 20.000,00 euro. Voor het niet inleveren van een document. Bij herhaling binnen drie jaar verdubbelt zij.

Rijden tijdens een onmiddellijke intrekking

Artikel 30, § 3 van de Wegverkeerswet legt hier eveneens een straf van niveau 2 op. De geldboete staat in de wet op 1.600 tot 16.000 euro, oftewel 2.000,00 tot 20.000,00 euro na de opdécime van 1,25. Bij herhaling binnen drie jaar wordt zij verdubbeld.

Ook hier legt de rechter een nieuw rijverbod op van drie maanden tot vijf jaar, of levenslang.

Merk op dat het strafniveau hier hetzelfde is als bij artikel 48. Het verschil zit in de geldboete: die begint hier op 2.000,00 euro in plaats van op 5.000,00 euro.

Uw rijbewijs niet afgeven bij een intrekking

U bent verplicht uw rijbewijs af te geven wanneer de politie dat vraagt. Artikel 55, § 3 van de Wegverkeerswet bepaalt:

"De bestuurder of de persoon die hem begeleidt, bedoeld in de bepalingen van paragraaf 1, eerste lid, 1°, of tweede lid, is gehouden zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs in te leveren op verzoek van de politie, na vordering van de procureur des Konings of in voorkomend geval van de procureur-generaal die de intrekking heeft bevolen of in het geval bedoeld in paragraaf 2, na de beslissing van de officier van gerechtelijke politie. Doet hij dit niet, dan kan het bevoegd openbaar ministerie de inbeslagneming van het document bevelen."

Weigert u, dan volgt niet enkel de inbeslagname. Artikel 58 legt daarnaast een straf van niveau 1 op, met een geldboete van 80 tot 4.000 euro in de wet. Na de opdécime van 1,25 komt dat op 100,00 tot 5.000,00 euro. Bij herhaling binnen drie jaar verdubbelt die boete.

Let op het verschil met een preventief verzoek van het parket na een rijgeschiktheidsonderzoek. Daar bent u niet verplicht af te geven. Lees daarover ons artikel over het inleveren van uw rijbewijs zonder uitspraak.

Waarom dit zwaarder weegt dan de oorspronkelijke overtreding

Zet de cijfers naast elkaar en het beeld is duidelijk.

Een snelheidsovertreding of een positieve ademtest levert u een rijverbod van enkele weken of maanden op. Rijdt u tijdens dat rijverbod, dan komt daar een straf van niveau 2 bij, met een gevangenisstraf tot drie jaar in het vooruitzicht, een geldboete tot 20.000,00 euro, en een nieuw rijverbod van minstens drie maanden.

De verleiding om "even" te rijden kost u dus vele malen meer dan het ongemak van een taxi of een lift.

Veelgestelde vragen

Wat riskeer ik als ik rijd tijdens een rijverbod?

Een straf van niveau 2, met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar of een alternatief, een geldboete die na de opdécime van 1,25 oploopt tot 20.000,00 euro, en een nieuw rijverbod van minstens drie maanden.

En tijdens een onmiddellijke intrekking?

Ook een straf van niveau 2, een geldboete van 2.000,00 tot 20.000,00 euro, en eveneens een nieuw rijverbod.

Welke factor geldt op mijn boete?

Dat hangt af van de datum van uw feiten. Tot en met 31 januari 2026 factor 8, van 1 februari tot 31 augustus 2026 factor 10, en vanaf 1 september 2026 factor 1,25 op de opgetrokken bedragen in de wet. Uw eindbedrag blijft in alle drie de gevallen hetzelfde.

Mag ik rijles geven tijdens mijn rijverbod?

Neen. Ook begeleiden bij een voorlopig rijbewijs is verboden.

Wat als ik mijn rijbewijs niet inlever na een rijverbod?

Dan riskeert u een straf van niveau 1 met een geldboete die na de opdécime van 1,25 oploopt tot 20.000,00 euro, op grond van artikel 49/1.

Moet ik mijn rijbewijs afgeven bij een onmiddellijke intrekking?

Ja. Artikel 55, § 3 verplicht dat. Weigert u, dan volgt inbeslagname plus een straf op grond van artikel 58.

Is het verschil tussen een rijverbod en een intrekking belangrijk?

Ja. Het bepaalt welk wetsartikel geldt en welke strafmaat u riskeert.

Krijg ik altijd een nieuw rijverbod?

Bij rijden tijdens een rijverbod of een intrekking wel, van minstens drie maanden.

Zorgeloos naar de politierechtbank

Rijden tijdens een rijverbod is een van de weinige verkeersmisdrijven waarbij een gevangenisstraf reëel wordt. En de rechter moet daarbij een nieuw rijverbod opleggen van minstens drie maanden.

Toch blijft er ruimte in de strafmaat, en in bepaalde dossiers ook in de vaststelling zelf.

Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij bekijken wat er in uw dossier haalbaar is.

Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.

Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.

Anderen lazen ook: