Verkeersovertreding met een bedrijfsvoertuig: wie betaalt?
Een verkeersovertreding met een bedrijfsvoertuig belandt niet automatisch bij de bestuurder die reed. Wie de boete draagt, hangt af van één vraag: is de werkgever een natuurlijke persoon of een rechtspersoon?
Bedrijven krijgen daar geregeld mee te maken. Een personeelslid of een zaakvoerder rijdt met een wagen van de zaak en begaat een overtreding. Het voertuig staat op naam van het bedrijf, dus de boetebrief komt daar toe.
De wet maakt een uitdrukkelijk onderscheid. Artikel 67bis van de Wegverkeerswet regelt de werkgever die een natuurlijke persoon is. Artikel 67ter regelt de rechtspersoon.
Dat verschil weegt zwaar, maar het is niet wat u denkt. Bij een vennootschap geldt een actieve mededelingsplicht van 15 dagen zodra het parket ernaar vraagt. Bij een eenmanszaak geldt geen actieve plicht, maar wél een plicht zodra u het vermoeden weerlegt — en die is zwaarder gestraft.
Boetebrief ontvangen voor een bedrijfsvoertuig? Laad hem op via onze uploadmodule. Wij bekijken uw verplichtingen en uw kansen. Gratis en vrijblijvend. Upload uw PV of dagvaarding · Boek een gratis speeddate
Is uw werkgever een rechtspersoon? Dan geldt een meldplicht van 15 dagen
Een bv of nv begaat een overtreding nooit zelf. De wetgever wil vermijden dat bedrijven overtredingen systematisch in de schoenen van de vennootschap schuiven, waardoor de echte bestuurder buiten schot blijft.
Daarom voert artikel 67ter een verplichting in. De natuurlijke personen die de rechtspersoon vertegenwoordigen, dus de zaakvoerders of bestuurders, delen binnen 15 dagen mee wie reed. Die termijn loopt vanaf de datum waarop het parket de vraag om inlichtingen samen met het afschrift van het proces-verbaal verstuurde.
Kennen zij die bestuurder niet? Dan geven zij de identiteit door van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig. Duidt u zo iemand aan die zelf niet reed? Dan moet ook hij doorgeven wie wel achter het stuur zat.
Drie situaties ontslaan u van die plicht. Artikel 67ter maakt een uitzondering wanneer u diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.
En er bestaat één ontsnappingsroute die veel vlootbeheerders niet gebruiken. Liet de rechtspersoon de gebruikelijke bestuurder registreren in de Kruispuntbank Voertuigen, dan wordt die gebruikelijke bestuurder volgens het laatste lid van artikel 67ter gelijkgesteld met de houder van de kentekenplaat, en geldt artikel 67bis in plaats van 67ter. De zware meldplicht van de vennootschap valt dan weg.
De sanctie: minstens 2.000 euro, maar geen gevangenisstraf
Volgen de vertegenwoordigers artikel 67ter niet, dan riskeren zij een zware geldstraf. Artikel 29ter, § 1 zet dat sinds 1 september 2026 op een straf van niveau 1, en op dat niveau bestaat er geen gevangenisstraf meer.
De wet vermeldt een geldboete van 1.600 tot 32.000 euro. Aan het hoofd van Titel IV van de Wegverkeerswet staat dat u alle vermelde geldboetebedragen met 1,25 moet vermenigvuldigen. De minimumboete komt daarmee op 2.000 euro, de maximumboete op 40.000 euro.
Duurder werd dat niet: de bedragen in de wet gingen maal acht en de opdeciemen gingen van tien naar 1,25, en acht maal 1,25 is tien. Lees daarover ons artikel over de opdeciemen sinds 1 september 2026 en waarom uw boete toch hetzelfde blijft.
Zet dat naast de oorspronkelijke overtreding. Die was misschien een snelheidsboete van enkele tientallen euro's. Het niet antwoorden kost u dus een veelvoud van de boete zelf. Lees daarover ons artikel over wat een veroordeling echt kost.
Uw sterkste verweer: het bewijs van verzending
Hier zit een verweermiddel dat veel bedrijven niet kennen.
Het Hof van Cassatie oordeelde in zijn recentste arresten dat het openbaar ministerie moet bewijzen dat het de vraag om inlichtingen effectief verstuurde. Antwoordde u niet en dagvaardt men u? Dan moet het parket die verzending alsnog aantonen. In de praktijk lukt dat vaak niet.
Op die regel bestaat één uitzondering. Ligt het niet-ontvangen aan uzelf, bijvoorbeeld omdat u verhuisde zonder uw adres aan te passen, dan gaat dat verweer niet op.
Er loopt nog een tweede piste. Ontving u het proces-verbaal te laat, waardoor het zijn bijzondere bewijswaarde verloor? Dan kan u daarop steunen om aan te tonen dat u onmogelijk nog kon achterhalen wie reed. Sinds 1 juli 2026 bedraagt die verzendtermijn 30 dagen, en die start pas zodra men de bestuurder kent. Lees daarover ons artikel over wat er verandert sinds 1 juli 2026.
Welke "nodige maatregelen" moet u nemen?
Artikel 67ter verplicht de vertegenwoordigers om alle nodige maatregelen te nemen om aan die plicht te voldoen. De wet zegt niet welke. U kiest dus zelf, alleen moet u iets kunnen voorleggen.
Drie zaken werken in de praktijk:
- Een rittenregistratie. Een rittenblad of een eenvoudig werkblad waarin staat wie wanneer met welk voertuig reed. Laat bestuurders zelf het tijdstip aangeven waarop zij een voertuig overnemen.
- Een duidelijke procedure. Wie ontvangt de boetebrief, wie zoekt de bestuurder op, en binnen welke termijn antwoordt u? Vijftien dagen gaan snel voorbij bij vakantie of ziekte.
- Een afspraak op papier met uw bestuurders. Regel wie de boete draagt. Dat vermijdt discussies achteraf.
Ontbreekt die administratie, dan draagt de vennootschap zelf de gevolgen. Dat kost u niet enkel een boete. Het kost u ook tijd bij elke betwisting.
Is uw werkgever een natuurlijke persoon? Dan geldt een vermoeden van schuld
Bij een eenmanszaak geldt de algemene regel van artikel 67bis.
- Identificeerde de politie de bestuurder bij de vaststelling? Dan stelt zich geen probleem: die bestuurder krijgt de boete.
- Identificeerde zij hem niet? Dan vermoedt de wet dat de houder van de nummerplaat de overtreding beging.
Dat vermoeden van schuld kan u weerleggen. U toont aan dat u zelf niet reed, en u duidt iemand anders aan als de onmiskenbare bestuurder.
In de praktijk blijft dat lastig. Bewijzen dat u níet reed, lukt zelden zonder stukken. Denk aan vakantiefoto's of een bewijs dat u aan het werk was. Kan u aantonen dat een werknemer met uw voertuig reed? Dan bewijst dat automatisch dat u het niet was.
Een eenmanszaak draagt géén verplichting om nodige maatregelen te nemen. Er is immers altijd een fysieke persoon als aanspreekpunt.
Maar let op, hier zit de echte valkuil. Weerlegt u het vermoeden, dan verplicht artikel 67bis, tweede lid u om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer u diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. Die kennisgeving moet gebeuren binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de dag waarop u kan bewijzen dat u niet de bestuurder was.
Doet u dat niet, dan straft artikel 29ter, § 2 dat met een straf van niveau 2 — dus een niveau hoger dan bij de vennootschap, en op dat niveau is een gevangenisstraf wél mogelijk. De geldboete bedraagt 400 tot 32.000 euro in de wet, wat na de opdeciemen van 1,25 neerkomt op 500 tot 40.000 euro. Bij herhaling binnen drie jaar kan een straf van niveau 3 volgen, met 800 tot 64.000 euro in de wet, dus 1.000 tot 80.000 euro.
De les is dus contra-intuïtief: zeggen dat u niet reed en dan zwijgen over wie wél reed, is de duurste route van allemaal.
Een rittenregistratie verdient daarom ook bij een eenmanszaak aanbeveling. Zonder registratie draait u als werkgever op voor de overtredingen van uw werknemers.
Overzicht
| Kenmerk | Rechtspersoon (bv, nv) | Natuurlijke persoon (eenmanszaak) |
|---|
| Wettelijke basis | artikel 67ter | artikel 67bis |
| Actieve meldplicht | ja, binnen 15 dagen na de vraag om inlichtingen | neen, maar wel binnen 15 dagen zodra u het vermoeden weerlegt |
| Nodige maatregelen verplicht | ja | neen, wel aan te raden |
| Strafniveau bij niet meedelen | niveau 1 (artikel 29ter, § 1), geen gevangenisstraf | niveau 2 (artikel 29ter, § 2), gevangenisstraf mogelijk |
| Geldboete bij niet meedelen | 2.000 tot 40.000 euro | 500 tot 40.000 euro, bij herhaling 1.000 tot 80.000 euro |
| Vermoeden van schuld | niet van toepassing | houder van de nummerplaat |
| Uitzonderingen | diefstal, fraude of overmacht | diefstal, fraude of overmacht |
Veelgestelde vragen
Binnen welke termijn moet ik de bestuurder aangeven?
Binnen 15 dagen vanaf de verzending van de vraag om inlichtingen, wanneer het voertuig op naam van een rechtspersoon staat.
Wat riskeer ik als ik niet antwoord?
Als rechtspersoon een straf van niveau 1, dus zonder gevangenisstraf. De wet vermeldt 1.600 tot 32.000 euro, wat na de opdeciemen van 1,25 neerkomt op 2.000 tot 40.000 euro.
Geldt die meldplicht ook voor een eenmanszaak?
Niet als actieve plicht: daar geldt artikel 67bis, met een vermoeden van schuld voor de houder van de nummerplaat. Weerlegt u dat vermoeden, dan moet u wél binnen vijftien dagen de onmiskenbare bestuurder aanwijzen. Doet u dat niet, dan straft artikel 29ter, § 2 dat met een straf van niveau 2 en 500 tot 40.000 euro.
Kan de zware meldplicht van mijn vennootschap wegvallen?
Ja. Registreert u de gebruikelijke bestuurder in de Kruispuntbank Voertuigen, dan wordt die gelijkgesteld met de houder van de kentekenplaat en geldt artikel 67bis in plaats van artikel 67ter.
Ik kreeg de vraag om inlichtingen nooit. Wat nu?
Het openbaar ministerie moet de verzending bewijzen. Lukt dat niet, dan valt de vervolging weg. Ligt het niet-ontvangen aan u, bijvoorbeeld door een niet-aangepast adres, dan gaat dat verweer niet op.
Wat zijn "de nodige maatregelen"?
De wet bepaalt dat niet. Een rittenregistratie, een interne procedure en een afspraak met uw bestuurders vormen in de praktijk het minimum.
Wie betaalt uiteindelijk de boete?
Dat regelt u in de eerste plaats zelf met uw bestuurders. Zonder afspraak op papier draagt de vennootschap die kost doorgaans. Let daarbij op artikel 67 van de Wegverkeerswet: wie op grond van de artikelen 6.12 tot 6.14 van het Burgerlijk Wetboek burgerrechtelijk aansprakelijk is voor schadevergoeding en kosten, is ook aansprakelijk voor de geldboete zelf.
Zorgeloos naar de politierechtbank
Voor een vlootbeheerder is dit dagelijkse kost. Voor een zaakvoerder die één keer een boetebrief in handen krijgt, vormt het een valkuil. De sanctie voor het niet antwoorden weegt immers zwaarder dan de oorspronkelijke overtreding.
Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij kijken na of het parket de vraag om inlichtingen correct verstuurde en of uw dossier stevig staat.
Laad hier uw PV of dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering of een exploitatieverzekering met rechtsbijstand? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook: