Wat is het nieuwe Strafwetboek?
Het nieuwe Strafwetboek is het volledig herschreven Belgische strafwetboek dat op 1 september 2026 in werking trad. Het verving het wetboek van 1867. De wetgever koos voor drie uitgangspunten: eenvoud, samenhang en nauwkeurigheid. De gevangenisstraf geldt voortaan als laatste redmiddel.
Voor u als bestuurder verandert er meer dan u denkt. Uw verkeersmisdrijf zelf staat niet in het Strafwetboek. Snelheidsovertredingen, alcoholintoxicatie en vluchtmisdrijf staan in de Wegverkeerswet van 16 maart 1968. De algemene spelregels van het strafrecht komen wel uit het Strafwetboek. Die spelregels bepalen welke straf de politierechter u mag opleggen. Precies daar grijpt de hervorming in.
De wetgever paste de Wegverkeerswet aan met de wet van 25 mei 2026. Die aanpassing gebeurt in drie fases, waarvan de eerste sinds 1 juli 2026 geldt. Sinds 1 september 2026 is de Wegverkeerswet daarnaast volledig omgezet naar het niveaustelsel van het nieuwe Strafwetboek.
Acht strafniveaus in plaats van de oude indeling
De oude indeling in politiestraffen, correctionele straffen en criminele straffen bestaat niet meer. Het nieuwe Strafwetboek werkt met acht strafniveaus (artikel 36). Elk misdrijf krijgt een niveau toegewezen. Hoe hoger het niveau, hoe zwaarder de hoofdstraf. Voor verkeerszaken spelen vooral de laagste niveaus een rol: de Wegverkeerswet legt op haar misdrijven een straf van niveau 1, 2 of 3.
Niveau 1 voorziet geen gevangenisstraf. De rechter kiest uit:
- een geldboete van 200 tot 20.000 euro;
- een werkstraf van 20 tot 120 uur;
- een probatiestraf van 6 tot 12 maanden;
- een verbeurdverklaring;
- een geldstraf op basis van het behaalde voordeel;
- een veroordeling bij schuldigverklaring.
Niveau 2 gaat een stap verder. Daar kan de rechter kiezen uit:
- een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar;
- een behandeling onder vrijheidsberoving van 6 maanden tot 2 jaar;
- een straf onder elektronisch toezicht van 1 maand tot 1 jaar;
- een werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur;
- een probatiestraf van meer dan 12 maanden tot 2 jaar;
- een veroordeling bij schuldigverklaring.
Niveau 3 is een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar, of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan twee tot vier jaar. Niveau 4 loopt van meer dan vijf tot tien jaar.
Ziet u het patroon? De wet zet alternatieven voor de gevangenisstraf op gelijke hoogte met de gevangenisstraf zelf. Uw advocaat krijgt daardoor meer ruimte om te pleiten voor een werkstraf of een probatiestraf.
Verzachtende omstandigheden werken nu ook anders. De rechter vervangt de hoofdstraf van een niveau door een hoofdstraf uit een lager niveau. Bij niveau 2 zakt u zo naar niveau 1. Uw gevangenisstraf verdwijnt dan volledig uit het beeld.
Waar de grenzen liggen: uitstel, werkstraf, opschorting
Dit is het onderdeel waarmee u het meest kan winnen, want de drie klassieke gunstmaatregelen hangen elk aan een ander niveauplafond.
- Uitstel (artikel 65) kan alleen wanneer de rechter een straf oplegt die niveau 3 niet te boven gaat. Duur: één tot vijf jaar. Niet uitstelbaar zijn de verbeurdverklaring, de straf onder elektronisch toezicht, de werkstraf, de probatiestraf, de behandeling onder vrijheidsberoving en een vervangende straf.
- De werkstraf (artikel 45) bestaat alleen als hoofdstraf van niveau 1 of 2, en alleen met uw instemming.
- De opschorting van de uitspraak (artikel 64) kan bij misdrijven waarop een straf van niveau 1 tot en met 6 staat, met een proeftijd van één tot vijf jaar.
Zit uw feit op niveau 4, dan bestaat er dus geen uitstel en geen werkstraf — tenzij de rechter verzachtende omstandigheden aanneemt en naar een lager niveau zakt. Dat maakt het pleidooi over de verzachtende omstandigheden in zware dossiers geen bijzaak maar de hoofdzaak.
Één regel uit de Wegverkeerswet vult dat aan: wil de rechter artikel 65 van het Strafwetboek toepassen op een rijverbod, dan moet hij een effectief gedeelte van minstens acht dagen opleggen (artikel 41 Wegverkeerswet). Een rijverbod volledig met uitstel bestaat dus niet.
Welk niveau hoort bij welk verkeersmisdrijf?
De niveaus zeggen weinig zolang u niet weet waar uw eigen feiten vallen. Drie voorbeelden maken dat concreet.
Een integriteitsaantasting veroorzaken door een ernstig gebrek aan voorzorg, buiten het verkeer, valt onder niveau 1 (artikel 217). Dat is wat vroeger onopzettelijke slagen en verwondingen heette.
Dezelfde aantasting in het kader van het deelnemen aan het verkeer valt onder niveau 2 (artikel 218). Het verkeer weegt dus een niveau zwaarder. Lees daarover ons artikel over integriteitsaantasting in het verkeer.
Doden in het kader van het deelnemen aan het verkeer heet nu doding in het verkeer (artikel 107) en valt onder niveau 3. Komt daar een van zeven omstandigheden bij die de wet opsomt — onder meer dronkenschap, geen geldig rijbewijs, door het rood rijden, een gsm in de hand of meer dan 40 kilometer per uur te snel — dan wordt het verzwaarde doding in het verkeer (artikel 107/1), en dat is niveau 4. Lees daarover ons artikel over doding in het verkeer.
Twijfelt u over uw eigen dossier? Laad uw dagvaarding of proces-verbaal op via onze uploadmodule. Onze advocaten bekijken welk strafniveau op uw feiten van toepassing is. U verbindt zich tot niets. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate
Uw rijverbod wordt een bijkomende straf
Het verval van het recht tot sturen staat in het nieuwe Strafwetboek in de lijst van bijkomende straffen (artikel 37). Naast het rijverbod staan daar onder meer de geldboete, het beroepsverbod, de verbeurdverklaring en de bekendmaking van de veroordeling.
Die plaats in de wet klinkt technisch. De gevolgen zijn zeer praktisch. Het wetsartikel dat uw verkeersmisdrijf omschrijft, bepaalt welke bijkomende straffen de rechter mag opleggen. De discussie over uw rijbewijs verloopt dus voortaan langs een ander wettelijk spoor dan de discussie over uw hoofdstraf. Twee sporen betekenen twee kansen om te pleiten.
Bij een reeks zware situaties blijft het rijverbod wel verplicht, en dan met een wettelijk minimum. Bij herhaling binnen drie jaar na een veroordeling voor een van de zwaarste verkeersmisdrijven bedraagt het verval ten minste drie maanden, bij een tweede herhaling zes maanden en bij een derde negen maanden — telkens met de verplichting om uw herstel afhankelijk te maken van de vier examens en onderzoeken (artikel 38, § 6 Wegverkeerswet). En bent u sinds minder dan twee jaar houder van het rijbewijs B, dan moet de rechter een verval uitspreken en minstens het theoretisch of praktisch examen opleggen (artikel 38, § 5).
De politierechter behoudt daarnaast zijn klassieke instrumenten: uitstel, opschorting van de uitspraak, en een gespreid rijverbod tijdens weekends en feestdagen.
De bedragen: dezelfde boete, een andere rekenwijze
Hier is het misverstand dat u overal zal tegenkomen, en het is de moeite om het recht te zetten: uw boete is niet duurder geworden.
Wat er wél gebeurde, is dat de wetgever de rekenwijze heeft omgebouwd. De basisbedragen in de Wegverkeerswet zijn opgetrokken en de opdeciemenfactor is evenredig verlaagd, van acht (tot 31 januari 2026) en tien (vanaf 1 februari 2026) naar 1,25. Het eindbedrag blijft identiek.
Een voorbeeld. Alcoholintoxicatie vanaf 0,35 milligram per liter (artikel 34, § 2) stond in de wet als 200 tot 2.000 euro, maal tien: 2.000 tot 20.000 euro. Vandaag staat er 1.600 tot 16.000 euro, maal 1,25: opnieuw 2.000 tot 20.000 euro.
Zo ziet dat eruit voor de vier graden en de belangrijkste misdrijven, met het bedrag dat u werkelijk betaalt:
| Overtreding | In de wet | Na × 1,25 |
|---|
| Eerste graad | 80 – 2.000 | 100 – 2.500 euro |
| Tweede graad | 160 – 2.000 | 200 – 2.500 euro |
| Derde graad | 240 – 4.000 | 300 – 5.000 euro |
| Vierde graad | 320 – 4.000 | 400 – 5.000 euro |
| Alcohol 0,22 tot 0,35 mg/l | 200 – 4.000 | 250 – 5.000 euro |
| Alcohol vanaf 0,35 mg/l, weigering, dronkenschap | 1.600 – 16.000 | 2.000 – 20.000 euro |
| Rijden zonder rijbewijs, vluchtmisdrijf | 1.600 – 16.000 | 2.000 – 20.000 euro |
| Alcohol met herhaling | 3.200 – 40.000 | 4.000 – 50.000 euro |
| Rijden tijdens een rijverbod | 4.000 – 16.000 | 5.000 – 20.000 euro |
Let wel op één zaak. De geldboetevorken van de strafniveaus in het Strafwetboek zelf — 200 tot 20.000 euro op niveau 1, bijvoorbeeld — zijn de algemene regel. De Wegverkeerswet wijkt daar bij vrijwel elk misdrijf uitdrukkelijk van af met haar eigen bedragen. Reken dus met de tabel hierboven, niet met het niveaubedrag.
Nieuw en nuttig is artikel 52, § 2 van het Strafwetboek: de rechter moet bij het bepalen van uw geldboete rekening houden met uw financiële draagkracht en uw sociale toestand, hij mag onder het wettelijk minimum gaan wanneer u uw precaire financiële situatie bewijst, en hij mag betaling in schijven toestaan. Dat is een argument dat u moet aanbrengen, met stukken.
De wijziging die bijna niemand ziet: uw strafregister
Voor wie een blanco uittreksel nodig heeft, is dit het belangrijkste onderdeel van de hele hervorming.
Artikel 619 van het Wetboek van Strafvordering is herschreven. Wordt sinds 1 september 2026 van rechtswege uitgewist, drie jaar na de definitieve beslissing: een geldboete tot en met 20.000 euro, een werkstraf tot 120 uur, een probatiestraf tot twaalf maanden, de verbeurdverklaring en de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring. Een opschorting verdwijnt zodra de proeftijd verstrijkt zonder herroeping.
Onder het oude recht werd alleen de lichtste categorie automatisch uitgewist, en dat betekende: een geldboete van maximaal vijfentwintig euro als basisbedrag. Vrijwel elke boete die een politierechter uitsprak, viel daarboven. De verhouding is dus omgekeerd: de automatische uitwissing is de regel geworden en eerherstel de uitzondering.
En er is een tweede bepaling, met een uitzondering die de wetgever speciaal voor het verkeer schreef. Artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering ontzegt u — en dus ook wie uw uittreksel inkijkt — na drie jaar de toegang tot een geldboete die krachtens de Wegverkeerswet werd opgelegd, ongeacht het bedrag ervan. Voor gewone misdrijven geldt daar een plafond van 4.000 euro; voor verkeersmisdrijven is er geen plafond.
In beide gevallen geldt één rem: bevat uw vonnis een vervallenverklaring waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, dan werkt de regeling niet. Lees daarover ons artikel over uw strafblad en wat uw werkgever ziet.
Waarom uw verkeersovertredingen apart worden bestraft
Nog een wijziging die u op een dagvaarding met meerdere tenlasteleggingen meteen voelt.
Artikel 27bis van de Wegverkeerswet is nieuw. Het verklaart een reeks bepalingen van boek I van het Strafwetboek niet van toepassing op verkeersmisdrijven, en daar zit ook artikel 62 bij: de regel van de meerdaadse samenloop. Verkeersovertredingen worden dus afzonderlijk beoordeeld en bestraft, behalve bij samenhang of onsplitsbaarheid. En het verval van het recht tot sturen kan bij samenloop "zoveel keren worden opgelegd als er misdrijven zijn in de samenloop".
Vier tenlasteleggingen kunnen dus vier rijverboden opleveren die na elkaar lopen. Dat is de rekensom die u maakt vóór u beslist om te betwisten of niet.
Datzelfde artikel 27bis schakelt ook artikel 60 van het Strafwetboek uit, de algemene herhalingsregel. Dat maakt weinig verschil in de praktijk, want de Wegverkeerswet regelt haar eigen herhaling — en bovendien werd artikel 60 door het Grondwettelijk Hof vernietigd bij arrest nr. 14/2026 van 29 januari 2026.
Feiten van vóór 1 september 2026? Dan geldt de mildste wet
Dit is het onderdeel dat voor de meeste gedagvaarde bestuurders het verschil maakt. Artikel 2 van het nieuwe Strafwetboek bevat de regel van de mildste wet, in juridische termen de lex mitior.
De hoofdregel is eenvoudig. U kijkt naar het moment van de feiten, niet naar de datum van uw zitting.
- Feiten vóór 1 september 2026 vallen in principe onder het oude recht.
- Feiten vanaf 1 september 2026 vallen onder het nieuwe recht.
Op die hoofdregel bestaat een belangrijke uitzondering. Valt het nieuwe recht milder uit voor u? Dan past de rechter het nieuwe recht toe, ook op oudere feiten. Valt het nieuwe recht strenger uit? Dan blijft het oude recht gelden. De rechtbank onderzoekt dat per dossier.
Waarom is dat belangrijk voor u? De doorlooptijd van een verkeersdossier bedraagt vaak ongeveer een jaar. Veel zittingen van de komende maanden gaan dus over feiten van vóór september 2026. Uw advocaat moet in die dossiers twee wetboeken naast elkaar leggen.
En die afweging is niet altijd eenduidig. Bij een ongeval met gewonden is het nieuwe recht strenger op de ondergrens — de gevangenisstraf van niveau 2 begint bij zes maanden, waar het oude artikel 420 bij acht dagen begon — en milder op de drempel voor strafbaarheid, want de nieuwe tekst vereist een ernstig gebrek aan voorzorg. Of u de mildste onderdelen uit beide wetboeken mag combineren, is een vraag die in de rechtsleer wordt betwist en die u dus zelf moet opwerpen. De rechter houdt bovendien rekening met uw eigen standpunt over welke straf voor u de lichtste is. Een rijverbod weegt voor een vertegenwoordiger anders dan voor een gepensioneerde.
Zonder advocaat blijft dat argument in de meeste dossiers onbenut.
Wat u nu concreet doet
Drie stappen volstaan.
- Kijk naar de datum van de feiten op uw dagvaarding. Die datum bepaalt welk wetboek uw vertrekpunt vormt.
- Wacht niet tot de zitting. Uw advocaat heeft tijd nodig om het strafdossier op de griffie in te kijken.
- Laat uw dossier gratis nakijken. U weet dan binnen 24 uur waar u staat.
Veelgestelde vragen
Sinds wanneer geldt het nieuwe Strafwetboek?
Sinds 1 september 2026. De oorspronkelijke datum van 8 april 2026 schoof de wetgever op. Zo kreeg hij tijd om bijzondere wetten zoals de Wegverkeerswet aan te passen.
Word ik strenger gestraft door het nieuwe Strafwetboek?
Dat hangt af van uw dossier. Voor lichtere verkeersmisdrijven pakt de hervorming vaak gunstig uit, want niveau 1 sluit een gevangenisstraf uit en de alternatieven staan op gelijke hoogte met de gevangenisstraf. Bij een ongeval met gewonden is de ondergrens van de gevangenisstraf wel opgeschoven. Een concreet nazicht blijft nodig.
Zijn mijn boetes duurder geworden?
Neen. De basisbedragen in de Wegverkeerswet zijn opgetrokken en de opdeciemenfactor is verlaagd van tien naar 1,25. Het eindbedrag blijft hetzelfde.
Bestaan politiestraf en correctionele straf nog?
Neen. Die indeling is afgeschaft en vervangen door acht strafniveaus. De Wegverkeerswet legt straffen van niveau 1, 2 of 3 op.
Onder welk niveau valt een ongeval met gewonden?
Onder niveau 2, terwijl hetzelfde feit buiten het verkeer onder niveau 1 valt.
En een dodelijk ongeval?
Onder niveau 3, als doding in het verkeer. Komt daar een van de zeven wettelijke omstandigheden bij, dan wordt het verzwaarde doding in het verkeer op niveau 4, met een maximum van tien jaar.
Kan ik nog uitstel krijgen?
Alleen voor straffen die niveau 3 niet te boven gaan. Bij een rijverbod moet de rechter daarbij een effectief gedeelte van minstens acht dagen opleggen.
Verdwijnt mijn veroordeling nu sneller van mijn strafblad?
Ja, en dat is de grootste verbetering. Een geldboete tot 20.000 euro wordt na drie jaar van rechtswege uitgewist, en elke verkeersgeldboete verdwijnt na drie jaar van het uittreksel dat uw werkgever ziet, ongeacht het bedrag. Bevat uw vonnis een rijverbod van meer dan drie jaar, dan geldt dat niet.
Mijn feiten dateren van 2025. Welk wetboek geldt dan?
In principe het oude wetboek. Is het nieuwe wetboek voor u milder? Dan geldt het nieuwe wetboek toch.
Verdwijnt het rijverbod uit de wet?
Neen. Het rijverbod blijft bestaan als bijkomende straf, en in een reeks gevallen met een wettelijk minimum.
Zorgeloos naar de politierechtbank
Een dagvaarding in de bus vinden is nooit aangenaam. Een hervorming van deze omvang maakt uw dossier bovendien technischer dan vroeger. Onze advocaten pleiten al sinds 1974 voor de politierechtbanken. Wij zoeken uit welke wet voor u het beste resultaat oplevert.
Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. En u kiest altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook:
