Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

Doding in het verkeer: zo heet het misdrijf in de wet

In de media heet het verkeersdoodslag. In de wet niet. Sinds het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 in werking trad, kent u twee misdrijven met elk hun eigen naam en hun eigen strafniveau:

  • Doding in het verkeer (artikel 107 van het Strafwetboek): het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer. Dat is een straf van niveau 3.
  • Verzwaarde doding in het verkeer (artikel 107/1 van het Strafwetboek): hetzelfde feit, maar met een van zeven omstandigheden die de wet opsomt. Dat is een straf van niveau 4.

Dat onderscheid is nieuw. Buiten het verkeer bestaat er nog een derde figuur: het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid van artikel 106, en dat is maar een straf van niveau 2. Wie in het verkeer doodt, zit dus van meet af aan een niveau hoger.

Gebruikt u de juiste term? Dat is meer dan taal. Een dagvaarding die "verkeersdoodslag" vermeldt zonder te preciseren of artikel 107 of artikel 107/1 wordt ingeroepen, laat de belangrijkste vraag van uw dossier open.

Gedagvaard na een dodelijk ongeval? Laad uw dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij bekijken welk van de twee artikelen het parket inroept en of de omstandigheden werkelijk vaststaan. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate

De strafmaat: niveau 3 tegenover niveau 4

SituatieGevangenisstrafGeldboete als bijkomende straf
Doding in het verkeer, artikel 107 — niveau 3meer dan 3 tot 5 jaar200 tot 10.000 euro
Verzwaarde doding in het verkeer, artikel 107/1 — niveau 4meer dan 5 tot 10 jaar200 tot 16.000 euro

Die geldboete van 16.000 euro staat uitdrukkelijk in artikel 107/1: de wet wijkt daar af van de gewone vork van niveau 4, die op 15.000 euro zou uitkomen.

Twee dingen die u aan deze tabel niet ziet en die uw dossier bepalen:

  • Op niveau 4 is uitstel wettelijk uitgesloten. Artikel 65 van het Strafwetboek laat uitstel enkel toe voor straffen die niveau 3 niet te boven gaan. Wordt u veroordeeld wegens verzwaarde doding in het verkeer, dan bestaat uitstel dus niet — tenzij de rechter verzachtende omstandigheden aanneemt en naar niveau 3 of 2 zakt.
  • Op niveau 3 en 4 bestaat er geen werkstraf. Artikel 45 van het Strafwetboek laat een werkstraf enkel toe als hoofdstraf van niveau 1 of 2. Ook daarvoor is de aanneming van verzachtende omstandigheden dus de enige weg.

Dat maakt het pleidooi over de verzachtende omstandigheden in dit soort dossiers geen bijzaak. Het is het verschil tussen een straf die kan worden uitgesteld en een straf die dat niet kan.

De zeven omstandigheden, letterlijk uit de wet

Hier zit de kern van de hervorming, en zij is veel concreter dan doorgaans wordt geschreven. Artikel 107/1 tilt het feit naar niveau 4 wanneer:

  • de bestuurder een overtreding van de vierde graad begaat, zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 september 2005;
  • de bestuurder door het rode licht rijdt;
  • de bestuurder een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthoudt of manipuleert, tenzij het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig bevestigd is;
  • de bestuurder meer dan 40 kilometer per uur te snel rijdt, of meer dan 30 kilometer per uur te snel binnen een bebouwde kom, in een zone 30, een schoolomgeving, een erf of een woonerf;
  • de bestuurder geen houder is van het vereiste rijbewijs, of zijn rijbewijs werd ingetrokken, ongeldig verklaard, geschorst of ingehouden;
  • de bestuurder rijdt in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat als gevolg van substanties die de alertheid achter het stuur verminderen;
  • het rijbewijs van de bestuurder beperkt is tot voertuigen met een alcoholslot en hij rijdt met een voertuig zonder alcoholslot.

Let op één uitzondering die in de wet zelf staat en die veel dossiers raakt: de omstandigheid over het rijbewijs geldt niet voor de bestuurder van wie de administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs minder dan een jaar verstreken is. Een vergeten vernieuwing is dus geen verzwarende omstandigheid.

Twee dingen vallen op wanneer u die lijst leest. Zij gaat niet over de gevolgen van het ongeval, want die zijn in alle gevallen dodelijk. En zij is gesloten: staat uw gedrag er niet in, dan blijft u op niveau 3, hoe verwijtbaar het ook was.

Bij een ongeval met gewonden in plaats van een dode gelden dezelfde zeven omstandigheden, maar dan als verzwarende factoren die de rechter in overweging neemt (artikel 218/1), zonder dat het strafniveau stijgt. Lees daarover ons artikel over het letselmisdrijf in het verkeer.

Uw rijverbod: waar het minimum echt vandaan komt

Artikel 38, § 1, 2° van de Wegverkeerswet laat de rechter toe een verval van het recht tot besturen uit te spreken wanneer hij veroordeelt wegens artikel 107, artikel 107/1 of artikel 218 van het Strafwetboek. Dat is een mogelijkheid, geen automatisme — maar de wet zet er meteen minima naast die in de praktijk bijna altijd spelen.

  • Ten minste drie maanden wanneer de rechter u tegelijkertijd veroordeelt wegens artikel 107 of 107/1 én wegens een overtreding van artikel 29, § 1 of § 3, artikel 34, § 2, artikel 35 of artikel 37bis, § 1 van de Wegverkeerswet.
  • Ten minste één jaar wanneer hij u tegelijkertijd veroordeelt wegens artikel 107 of 107/1 én wegens artikel 36 — alcohol in staat van herhaling.
  • Ten minste zes maanden bij een gelijktijdige veroordeling wegens artikel 218 en artikel 36.

In elk van die drie gevallen wordt uw herstel in het recht tot sturen afhankelijk gemaakt van het slagen voor de vier examens en onderzoeken: het theoretisch examen, het praktisch examen, het geneeskundig onderzoek en het psychologisch onderzoek. Die vier zijn geen formaliteit en zij kosten maanden.

En er is nog een bepaling die u moet kennen. Een verval krachtens artikel 38, § 1 bedraagt normaal ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Maar het kan voor meer dan vijf jaar of zelfs levenslang worden uitgesproken wanneer u wordt veroordeeld voor een inbreuk op artikel 107 of 107/1 van het Strafwetboek. Doding in het verkeer is dus een van de weinige verkeersmisdrijven waarvoor een levenslang rijverbod op tafel ligt.

Lees daarover ons artikel over wanneer de rechter een rijverbod kan of moet opleggen.

Wat gold er vóór 1 september 2026?

Voor feiten van vóór die datum geldt in principe het oude recht. Dat is belangrijk, want verkeersdossiers lopen vaak een jaar of langer.

Onder het oude recht viel een dodelijk verkeersongeval onder onopzettelijke doding, geregeld in artikel 419 van het Strafwetboek. De gevangenisstraf liep van drie maanden tot twee jaar, en tot vijf jaar wanneer de doding volgde uit een verkeersongeval.

Die strafmaat gold ongeacht de oorzaak. Onoplettendheid en zwaar dronken rijden leidden tot dezelfde wettelijke bovengrens. Precies dat verschil heeft de wetgever nu ingeschreven.

Lees daarover ons artikel over het nieuwe Strafwetboek en uw verkeerszaak.

Welk recht geldt voor uw dossier?

De datum van de feiten is bepalend, niet de datum van uw zitting.

Op die regel bestaat één belangrijke uitzondering die in uw voordeel werkt. Valt het nieuwe recht milder uit voor u, dan past de rechter het nieuwe recht toe, ook op oudere feiten.

Zonder verzwarende omstandigheid verandert de bovengrens niet: vijf jaar blijft vijf jaar. Mét een van de zeven omstandigheden ligt het anders, want daar verdubbelt de maximumstraf. Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft dan het oude, mildere plafond gelden.

Uw advocaat legt beide wetboeken dus naast elkaar. Dat is geen formaliteit maar een reële afweging die jaren gevangenisstraf kan schelen.

Wat komt er nog bij?

Doding in het verkeer komt zelden alleen op een dagvaarding te staan. Reken op bijkomende tenlasteleggingen — en die worden afzonderlijk beoordeeld en bestraft, want artikel 27bis van de Wegverkeerswet schakelt de samenloopregel van het Strafwetboek uit voor verkeersmisdrijven.

De onderliggende verkeersinbreuk. Reed u onder invloed, dan blijft dat ook een afzonderlijk misdrijf onder de Wegverkeerswet, met zijn eigen straf en zijn eigen rijverbod.

Vluchtmisdrijf, wanneer u de plaats verliet. Artikel 33, § 2 van de Wegverkeerswet verwijst daarvoor sinds 1 september 2026 naar de doding in het verkeer: dan is het vluchtmisdrijf zelf een straf van niveau 3, met een geldboete van 3.200 tot 40.000 euro zoals de wet ze schrijft, of 4.000 tot 50.000 euro na de opdeciemen, en met een rijverbod van ten minste drie maanden tot vijf jaar of levenslang. Ook daar wordt uw herstel afhankelijk gemaakt van het theoretisch examen, het praktisch examen en het psychologisch onderzoek. Lees daarover ons artikel over de straffen bij vluchtmisdrijf.

Een burgerlijke partij. De nabestaanden kunnen zich burgerlijke partij stellen en schadevergoeding vorderen. Daar loopt een tweede discussie, over aansprakelijkheid en over het regres van uw verzekeraar. Lees daarover ons artikel over het causaal verband na een ongeval met alcohol.

Waar zit uw verweer?

Ook in het zwaarste dossier blijven er aanknopingspunten. Vijf vragen bepalen veel.

Welk recht is van toepassing? De datum van de feiten, en of het nieuwe recht voor u milder uitvalt.

Roept het parket artikel 107 of artikel 107/1 in? Dat is de eerste vraag die u aan uw dagvaarding stelt. Het verschil is vijf jaar.

Staat de omstandigheid vast? Bij dronkenschap hangt dat af van de vaststellingen en de procedure, bij een rood licht van de vaststelling, bij snelheid van de meting en de correctiemarge. Valt de omstandigheid weg, dan valt u terug op niveau 3 — en dan komt uitstel opnieuw in beeld.

Is er een causaal verband? Dat het ongeval dodelijk was en dat u gedronken had, betekent niet automatisch dat het ene uit het andere volgde. Die vraag beslist ook over het regres van uw verzekeraar.

Zijn er verzachtende omstandigheden? Bij niveau 4 kan de rechter de straf vervangen door een straf van niveau 3 of 2. Dat is niet louter een lagere straf: het opent uitstel en, op niveau 2, de werkstraf en de probatiestraf. Artikel 52, § 2 van het Strafwetboek verplicht de rechter bovendien om bij het bepalen van de geldboete rekening te houden met uw financiële draagkracht en sociale toestand, en laat hem toe onder het wettelijk minimum te gaan of betaling in schijven toe te staan.

Lees daarover ons artikel over de alternatieven die de politierechter kan opleggen.

Veelgestelde vragen

Wat is verkeersdoodslag?

Dat is de term uit de media. De wet spreekt van doding in het verkeer (artikel 107 van het Strafwetboek) en van verzwaarde doding in het verkeer (artikel 107/1). Beide bestaan sinds het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 in werking trad.

Hoeveel gevangenisstraf riskeert u?

Bij doding in het verkeer een straf van niveau 3: meer dan drie tot vijf jaar. Bij verzwaarde doding in het verkeer een straf van niveau 4: meer dan vijf tot tien jaar.

Welke omstandigheden verzwaren de straf?

Zeven, en ze staan letterlijk in de wet: een overtreding van de vierde graad, door het rood rijden, een gsm of ander scherm in de hand, meer dan 40 km/u te snel (of 30 km/u binnen de bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf), geen of een ingetrokken rijbewijs, dronkenschap of een soortgelijke staat, en rijden zonder het opgelegde alcoholslot.

Kan ik uitstel krijgen?

Niet bij verzwaarde doding in het verkeer. Artikel 65 van het Strafwetboek laat uitstel enkel toe voor straffen tot en met niveau 3, en verzwaarde doding zit op niveau 4. Neemt de rechter verzachtende omstandigheden aan en zakt hij naar niveau 3 of 2, dan komt uitstel opnieuw in beeld.

Kan ik een werkstraf krijgen?

Alleen wanneer de rechter met verzachtende omstandigheden naar niveau 1 of 2 zakt. Artikel 45 van het Strafwetboek laat een werkstraf niet toe op niveau 3 of hoger.

Is er sprake van opzet?

Neen. De wet spreekt van doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Er is geen bedoeling om te doden vereist, maar wel een ernstig gebrek.

Wat gold er vóór 1 september 2026?

Onopzettelijke doding op grond van artikel 419 van het Strafwetboek, met een gevangenisstraf tot vijf jaar bij een verkeersongeval, ongeacht de oorzaak.

Riskeer ik ook een rijverbod?

Ja, en het kan zwaar uitvallen. De rechter kan het uitspreken bij een veroordeling wegens artikel 107 of 107/1, met minima van drie maanden of één jaar wanneer u tegelijk voor een verkeersinbreuk wordt veroordeeld, en het kan voor meer dan vijf jaar of zelfs levenslang worden opgelegd.

Moet ik opnieuw examens afleggen?

In de gevallen van artikel 38, § 2 wel: uw herstel in het recht tot sturen wordt dan afhankelijk gemaakt van het slagen voor het theoretisch examen, het praktisch examen, het geneeskundig onderzoek en het psychologisch onderzoek.

Zorgeloos naar de politierechtbank

Een dossier doding in het verkeer is het zwaarste wat u in het verkeersrecht kan overkomen. Toch is ook hier niets uitgemaakt.

Twee vragen bepalen alles: roept het parket artikel 107 of artikel 107/1 in, en staat die omstandigheid werkelijk vast? Valt zij weg, dan zakt u van niveau 4 naar niveau 3 — en daarmee komt uitstel opnieuw op tafel. Dat verschil verdient de beste voorbereiding die u kan krijgen.

Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij leggen beide wetboeken naast elkaar en controleren elk verzwarend element.

Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.

Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.

Anderen lazen ook: