Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

Integriteitsaantasting in het verkeer: dit staat er nu op uw dagvaarding

Veroorzaakte u een ongeval waarbij iemand gewond raakte, dan stond op uw dagvaarding jarenlang onopzettelijke slagen en verwondingen. Sinds 1 september 2026 niet meer. Het nieuwe Strafwetboek heeft die figuur herschreven en herbenoemd:

  • Artikel 217: het veroorzaken van een integriteitsaantasting van de eerste, tweede of derde graad bij een ander persoon door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Dat is een straf van niveau 1.
  • Artikel 218: hetzelfde feit, maar in het kader van het deelnemen aan het verkeer. Dat is een straf van niveau 2.

Twee zaken die niet veranderd zijn.

Er bestaat nog altijd geen minimumdrempel. Elke integriteitsaantasting van de eerste graad telt, en dat is volgens de wet "elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid" die niet in een hogere graad of de dood resulteert. Een schaafwonde of een lichte whiplash volstaat voor de tenlastelegging.

En in het verkeer weegt hetzelfde feit nog altijd zwaarder. Buiten het verkeer zit u op niveau 1, waar de wet geen gevangenisstraf kent. In het verkeer zit u op niveau 2, en daar begint de gevangenisstraf bij zes maanden.

Gedagvaard na een ongeval met gewonden? Laad uw dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij bekijken of de fout werkelijk vaststaat en welke graad het parket inroept. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate

De drie graden van integriteitsaantasting

De graad die het parket inroept, bepaalt niets aan het strafniveau — maar wel alles aan de zwaarte van uw dossier, aan de schadevergoeding en aan de verplichtingen die de politierechter u oplegt. Artikel 79 van het Strafwetboek definieert ze:

  • Eerste graad: elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die niet resulteert in een aantasting van de tweede of derde graad, en niet in de dood.
  • Tweede graad: een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk van maximum vier maanden, of een geneeslijk lijkende ziekte die niet meer dan vier maanden ongeschiktheid heeft veroorzaakt.
  • Derde graad: een ongeschiktheid van meer dan vier maanden, een ongeneeslijk lijkende ziekte, het volledig verlies van een orgaan of van een lichaamsfunctie, een zware verminking, of een zwangerschapsverlies.

Die grens van vier maanden is nieuw en zij is scherp. Het medisch attest van het slachtoffer beslist dus over de graad, en dat attest verdient uw aandacht — niet omdat u het letsel zou willen minimaliseren, maar omdat de duur van de ongeschiktheid een feitelijke vaststelling is die correct moet zijn.

Wat riskeert u vandaag?

SituatieStrafniveauHoofdstraffen
Integriteitsaantasting buiten het verkeer, art. 217niveau 1geldboete 200 tot 20.000 euro, werkstraf 20 tot 120 uur, probatiestraf 6 tot 12 maanden, veroordeling bij schuldigverklaring — geen gevangenisstraf
Integriteitsaantasting in het verkeer, art. 218niveau 2gevangenisstraf 6 maanden tot 3 jaar, straf onder elektronisch toezicht 1 maand tot 1 jaar, werkstraf 120 tot 300 uur, probatiestraf 12 maanden tot 2 jaar, veroordeling bij schuldigverklaring — geldboete als bijkomende straf tot 5.000 euro

Let op wat dat betekent. Kiest de rechter op niveau 2 voor een gevangenisstraf, dan is zes maanden het minimum. Onder het oude artikel 420 begon die straf bij acht dagen. De ondergrens is dus fors opgeschoven — en dat maakt de andere hoofdstraffen van niveau 2 en de aanneming van verzachtende omstandigheden veel belangrijker dan voordien.

Zakt de rechter met verzachtende omstandigheden naar niveau 1, dan verdwijnt de gevangenisstraf volledig uit het plaatje.

De zeven omstandigheden die de rechter meeweegt

Artikel 218/1 somt zeven omstandigheden op die de rechter in overweging neemt bij de keuze en de zwaarte van de straf. Zij tillen het feit niet naar een hoger niveau — dat is het verschil met een dodelijk ongeval — maar zij wegen wel door:

  • een overtreding van de vierde graad;
  • door het rode licht rijden;
  • een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthouden of manipuleren, tenzij het in een houder aan het voertuig vastzit;
  • meer dan 40 kilometer per uur te snel rijden, of meer dan 30 kilometer per uur te snel binnen een bebouwde kom, in een zone 30, een schoolomgeving, een erf of een woonerf;
  • geen houder zijn van het vereiste rijbewijs, of een rijbewijs dat ingetrokken, ongeldig verklaard, geschorst of ingehouden is;
  • rijden in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat door substanties die de alertheid verminderen;
  • rijden zonder het opgelegde alcoholslot terwijl uw rijbewijs daartoe beperkt is.

Diezelfde zeven omstandigheden verhogen bij een dodelijk ongeval wél het strafniveau, van niveau 3 naar niveau 4. Lees daarover ons artikel over doding in het verkeer.

Eén woord waar uw verweer op staat

De nieuwe teksten spreken van een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Artikel 418 van het oude Strafwetboek sprak enkel van een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, zonder dat bijvoeglijk naamwoord.

Dat woord is er niet per ongeluk gekomen. Als het betekent wat het zegt, ligt de drempel voor strafbaarheid hoger dan voordien: een lichte onoplettendheid volstaat dan niet meer.

Dat is het verweer om aan te brengen in elk dossier waarin de fout klein of betwistbaar is. En het is een verweer dat vandaag nog nauwelijks rechtspraak achter zich heeft — dus het loont om het goed te formuleren.

De klassieke toets blijft daarnaast overeind. De rechter beoordeelt uw gedrag door het te vergelijken met dat van een normaal en voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden, en u bent enkel strafbaar wanneer u de gevolgen moest voorzien en vermijden. Kwam een kind onvoorspelbaar tussen twee geparkeerde wagens gelopen op een moment dat u niets kon doen, dan ontbreekt die fout mogelijk. Het loutere feit dat er een ongeval gebeurde, bewijst op zich niets.

Uw rijverbod, en de uitzondering voor jonge bestuurders

Artikel 38, § 1, 2° van de Wegverkeerswet laat de rechter toe een verval van het recht tot besturen uit te spreken wanneer hij veroordeelt wegens artikel 218 van het Strafwetboek. Dat rijverbod is facultatief, en daar valt dus op te pleiten.

Er is één combinatie waarin de wet wel een minimum oplegt: veroordeelt de rechter u tegelijkertijd wegens artikel 218 en wegens artikel 36 van de Wegverkeerswet — alcohol in staat van herhaling — dan bedraagt het verval ten minste zes maanden, en wordt uw herstel afhankelijk gemaakt van het slagen voor de vier examens en onderzoeken.

Voor jonge bestuurders staat er een regel die u moet kennen, met een uitzondering die veel dossiers raakt. Artikel 38, § 5 verplicht de rechter een verval uit te spreken en het herstel minstens afhankelijk te maken van het theoretisch of praktisch examen, wanneer u sinds minder dan twee jaar houder bent van het rijbewijs B.

Maar: die verplichting geldt niet voor artikel 38, § 1, 2° in geval van een integriteitsaantasting van de eerste graad. Een jonge bestuurder die een licht letsel veroorzaakte, valt dus buiten die verplichting. Dat is precies het soort detail dat op een zitting het verschil maakt, en het staat letterlijk in de wet.

Lees daarover ons artikel over wanneer de rechter een rijverbod kan of moet opleggen en over de vier herstelonderzoeken.

Wat gold er vóór 1 september 2026?

Voor feiten van vóór die datum geldt in principe het oude Strafwetboek. Dat is belangrijk, want verkeersdossiers lopen vaak een jaar of langer. Twee artikelen telden, elk met twee leden.

Artikel 420 — slagen of verwondingen: acht dagen tot zes maanden gevangenis buiten het verkeer, en acht dagen tot één jaar wanneer de slagen of verwondingen het gevolg waren van een verkeersongeval.

Artikel 419 — doding: drie maanden tot twee jaar buiten het verkeer, en drie maanden tot vijf jaar bij een verkeersongeval.

Situatie onder het oude rechtGevangenisstrafGeldboete met opdeciemen
Slagen buiten het verkeer, art. 420 eerste lid8 dagen tot 6 maanden500 tot 5.000 euro
Slagen bij een verkeersongeval, art. 420 tweede lid8 dagen tot 1 jaar500 tot 10.000 euro
Doding buiten het verkeer, art. 419 eerste lid3 maanden tot 2 jaar500 tot 10.000 euro
Doding bij een verkeersongeval, art. 419 tweede lid3 maanden tot 5 jaar500 tot 20.000 euro

En let op de artikelnummers op oudere stukken. Veel bronnen verwijzen nog naar de artikelen 419bis en 420bis. Die bestonden al niet meer vóór de hervorming: zij werden ingevoerd bij de wet van 7 februari 2003 en opgeheven met ingang van 31 maart 2006, waarna de verzwaring voor verkeersongevallen naar het tweede lid van de artikelen 419 en 420 verhuisde. Staat er in uw dossier nog een verwijzing naar 419bis of 420bis, laat dat dan nakijken.

Welk recht geldt voor uw dossier?

De datum van uw feiten is bepalend, niet die van uw zitting.

Op die regel bestaat één uitzondering die in uw voordeel werkt: valt het nieuwe recht milder uit voor u, dan past de rechter het nieuwe recht toe, ook op oudere feiten.

Hier is die afweging niet eenduidig, en dat maakt haar interessant. Het nieuwe recht is strenger op de ondergrens van de gevangenisstraf: zes maanden tegenover acht dagen. Het is milder op de drempel voor strafbaarheid, want het vereist een ernstig gebrek aan voorzorg. En het opent op niveau 2 ruimere alternatieven dan het oude artikel 420.

Uw advocaat legt beide wetboeken dus naast elkaar, en niet als formaliteit. In dit soort dossiers is dat een reële keuze.

Wat er nog bij komt op uw dagvaarding

Een integriteitsaantasting in het verkeer staat zelden alleen. Reken op bijkomende tenlasteleggingen, en die worden afzonderlijk beoordeeld en bestraft: artikel 27bis van de Wegverkeerswet schakelt de samenloopregel van het Strafwetboek uit voor verkeersmisdrijven.

De onderliggende verkeersinbreuk. Te snel rijden, geen voorrang verlenen, door het rood rijden: dat blijft een afzonderlijk misdrijf met zijn eigen straf en zijn eigen rijverbod.

Alcohol of drugs, wanneer die vastgesteld werden. Lees daarover ons artikel over het causaal verband na een ongeval met alcohol.

Vluchtmisdrijf, wanneer u de plaats verliet. Artikel 33, § 2 van de Wegverkeerswet verwijst daarvoor nu uitdrukkelijk naar de integriteitsaantasting van de tweede of derde graad. Lees daarover ons artikel over de straffen bij vluchtmisdrijf.

Schuldig verzuim, en dat kennen weinig mensen. Sinds 1 september 2026 staat dat in artikel 299 van het Strafwetboek: het opzettelijk nalaten hulp te verlenen aan iemand die in groot gevaar verkeert, nadat u die toestand zelf hebt vastgesteld of nadat zij aan u werd beschreven. Dat is een straf van niveau 2. Had het verzuim de dood tot gevolg, dan gaat dat naar niveau 3 (artikel 301).

Er zijn wel twee uitwegen die de wet zelf voorziet. Artikel 302: er is geen misdrijf wanneer u door te helpen uzelf of anderen in ernstig gevaar zou hebben gebracht. En artikel 303: schuldig verzuim wordt niet bestraft wanneer u het gevaar niet persoonlijk hebt vastgesteld en u op grond van de omstandigheden kon geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was.

Een burgerlijke partij. Het slachtoffer kan schadevergoeding vorderen. Daar loopt een tweede discussie, over aansprakelijkheid en over het regres van uw verzekeraar.

Waar zit uw verweer?

Vijf vragen bepalen uw dossier.

Was er een ernstig gebrek aan voorzorg? Dat is sinds 1 september 2026 de kernvraag, en zij is nieuw. Een ongeval bewijst op zich geen ernstig gebrek.

Moest u de gevolgen voorzien? Zonder voorzienbaarheid geen strafbaarheid.

Is er een oorzakelijk verband tussen uw fout en het letsel? Ook dat moet vaststaan.

Welke graad staat vast? Het verschil tussen de eerste en de tweede graad ligt bij de vier maanden ongeschiktheid, en dat is een feitelijke vaststelling. Bij de eerste graad valt een jonge bestuurder bovendien buiten de verplichting van artikel 38, § 5.

Welke straf blijft haalbaar? Op niveau 2 zijn de werkstraf, de probatiestraf, het elektronisch toezicht en de eenvoudige schuldigverklaring volwaardige hoofdstraffen. Uitstel is mogelijk, want niveau 2 gaat niveau 3 niet te boven. En artikel 52, § 2 verplicht de rechter om bij de geldboete rekening te houden met uw financiële draagkracht, laat hem toe onder het wettelijk minimum te gaan, en laat betaling in schijven toe.

Lees daarover ons artikel over de alternatieven die de politierechter kan opleggen.

Veelgestelde vragen

Bestaat "onopzettelijke slagen en verwondingen" nog?

Als wettelijke term niet meer. Sinds 1 september 2026 spreekt het Strafwetboek van het veroorzaken van een integriteitsaantasting, en in het verkeer is dat artikel 218. Voor feiten van vóór die datum blijft het oude artikel 420 in beeld.

Bestaat er een minimumdrempel?

Neen. Elke integriteitsaantasting van de eerste graad telt, en dat is elk lichamelijk letsel of elke schade aan de gezondheid.

Wat riskeer ik bij een ongeval met gewonden?

Een straf van niveau 2: een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, of een van de alternatieven van dat niveau — elektronisch toezicht, een werkstraf van 120 tot 300 uur, een probatiestraf, of een eenvoudige schuldigverklaring. Daarnaast een geldboete tot 5.000 euro als bijkomende straf, en een mogelijk rijverbod.

Waarom is dat zwaarder dan buiten het verkeer?

Omdat de wetgever wijst op de bijzondere verantwoordelijkheid die u opneemt zodra u aan het verkeer deelneemt. Buiten het verkeer zit hetzelfde feit op niveau 1, en daar bestaat geen gevangenisstraf.

Wat zijn de drie graden?

Eerste graad: elk letsel dat niet in een hogere graad of de dood resulteert. Tweede graad: een ongeschiktheid tot persoonlijk werk van maximum vier maanden. Derde graad: meer dan vier maanden, een ongeneeslijk lijkende ziekte, het verlies van een orgaan of lichaamsfunctie, een zware verminking, of een zwangerschapsverlies.

Ben ik automatisch schuldig omdat er een ongeval gebeurde?

Neen. De rechter toetst uw gedrag aan dat van een normaal en voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden, en de wet vereist nu een ernstig gebrek aan voorzorg.

Is een rijverbod verplicht?

Neen, het is facultatief. Alleen in combinatie met artikel 36 van de Wegverkeerswet legt de wet een minimum van zes maanden op. Bent u sinds minder dan twee jaar houder van het rijbewijs B, dan geldt in principe wel de verplichting van artikel 38, § 5 — behalve bij een integriteitsaantasting van de eerste graad.

Kan ik een werkstraf krijgen?

Ja. Op niveau 2 is de werkstraf een volwaardige hoofdstraf, van meer dan 120 tot 300 uur, mits u ermee instemt.

Welk recht geldt voor mijn dossier?

De datum van uw feiten bepaalt dat. Valt het nieuwe recht milder uit, dan geldt het nieuwe recht ook voor oudere feiten — en die afweging is hier niet eenduidig, want de nieuwe wet is strenger op de minimumgevangenisstraf en milder op de drempel voor strafbaarheid.

Zorgeloos naar de politierechtbank

Een dagvaarding na een ongeval met gewonden voelt als een uitgemaakte zaak. Er gebeurde een ongeval, iemand raakte gewond, dus u bent schuldig.

Zo werkt het niet. De wet vereist een ernstig gebrek aan voorzorg, voorzienbaarheid en een oorzakelijk verband. Elk van die drie is een zelfstandige vraag, en sinds 1 september 2026 is de eerste ervan strenger geformuleerd dan ooit — in uw voordeel.

Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij beginnen bij de vraag of dat ernstige gebrek werkelijk vaststaat.

Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.

Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. Wij kijken dat kosteloos na, en u kiest altijd zelf uw advocaat.

Anderen lazen ook: