Eerherstel aanvragen begint bij het parket, niet bij de rechtbank
Eerherstel aanvragen doet u met een verzoekschrift aan de procureur des Konings van het arrondissement waar u verblijft (art. 628 Sv.). Woont u in het buitenland, dan richt u uw aanvraag aan de procureur des Konings van het arrondissement Brussel. U dient dus niets in bij de politierechtbank die u heeft veroordeeld, en ook niet bij het hof van beroep zelf.
Het parket bouwt vervolgens een dossier over u op. De procureur-generaal legt dat dossier voor aan de kamer van inbeschuldigingstelling bij het hof van beroep. Die kamer beslist, en niemand anders.
Dat verklaart waarom een aanvraag die op papier eenvoudig lijkt, in de praktijk zo vaak strandt: u levert één blad, en het parket levert twintig. Wat er in die twintig staat, bepaalt uw uitkomst.
Eerst nagaan of u eerherstel wel nodig hebt
Op 1 september 2026 is artikel 619 van het Wetboek van Strafvordering volledig herschreven. Dat verandert het antwoord op deze vraag voor bijna elke verkeerszaak, en in uw voordeel.
Wordt vandaag van rechtswege uitgewist, drie jaar na de definitieve rechterlijke beslissing:
- een geldboete tot en met 20.000 euro — en dat is het plafond van zowat elke geldboete die de Wegverkeerswet kent;
- een werkstraf tot en met 120 uur;
- een probatiestraf tot en met twaalf maanden;
- de verbeurdverklaring, ook die van uw voertuig;
- de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring, tenzij de rechter uitdrukkelijk en met bijzondere redenen anders beslist.
Kreeg u alleen een geldboete, hoe hoog ook, dan hebt u dus geen procedure nodig: uw uittreksel wordt na drie jaar automatisch schoon. Kreeg u een opschorting van de uitspraak, dan wordt die uitgewist zodra uw proeftijd verstreken is zonder herroeping.
U hebt eerherstel wél nodig in twee situaties:
- Uw vonnis bevat een gevangenisstraf. Die staat niet in de lijst van artikel 619 en verdwijnt dus nooit vanzelf, ook niet met uitstel.
- Uw vonnis bevat een vervallenverklaring of een ontzetting waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken. Dan is de automatische uitwissing uitgesloten voor de héle veroordeling (art. 619, § 3 Sv.). Bij een rijverbod betekent dat concreet: meer dan drie jaar verval, of een levenslang verval.
Op die uitsluiting bestaat één uitzondering, en die is voor onze cliënten belangrijk: een verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke ongeschiktheid blokkeert de automatische uitwissing niet. Dat verval is immers geen straf maar een beveiligingsmaatregel.
Let ook op dit: de Wegverkeerswet begrenst het gewone rijverbod op vijf jaar, met levenslang enkel in de gevallen die de wet opsomt (art. 38 Wegverkeerswet). Alleen die zwaardere dossiers halen de drempel van drie jaar. Een rijverbod van zes maanden of van twee jaar houdt de automatische uitwissing dus niet tegen.
Weet u niet in welke categorie uw vonnis valt? Dan is dat de eerste vraag die u laat uitzoeken, vóór u een procedure start. Een aanvraag voor een straf die vanzelf verdwijnt, is verloren tijd en verloren geld.
Wat er verplicht in uw verzoekschrift moet staan
De wet legt twee vermeldingen op (art. 628 Sv.). Ontbreekt er één, dan valt uw verzoek terug naar het parket en verliest u maanden.
- De veroordelingen waarop uw aanvraag betrekking heeft. Datum, rechtbank, notitienummer, en de straf zoals ze in het vonnis staat.
- Alle plaatsen waar u tijdens de proeftijd hebt verbleven. Ook adressen in het buitenland, ook tijdelijke adressen. Het parket vraagt bij elke burgemeester inlichtingen op over uw verblijf, uw werk en uw gedrag. Een adres dat u vergeet, is een gat in uw dossier.
Er is nog een derde voorwaarde die u vooraf zelf moet nakijken: u kan geen eerherstel krijgen wanneer u er de laatste tien jaar al eens een hebt genoten (art. 621 Sv.). Op die regel bestaat een uitweg wanneer dat vorige eerherstel enkel betrekking had op de lichte veroordelingen van artikel 627 — dan kan het hof beslissen dat het geen beletsel vormt.
Wanneer u mag indienen
De proeftijd begint te lopen op de dag van de definitieve voorwaardelijke veroordeling, op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling, of — in de overige gevallen — op de dag waarop uw straffen vervallen of verjaren, voor zover die niet-uitvoering niet aan u te wijten is (art. 625 Sv.). Hij loopt door tot de dag waarop het arrest van eerherstel wordt gewezen.
De minimumduur staat in artikel 626 Sv.:
- Drie jaar voor veroordelingen die een gevangenisstraf van vijf jaar niet te boven gaan.
- Vijf jaar voor veroordelingen die daarboven gaan.
- Zes, respectievelijk tien jaar wanneer u wegens wettelijke herhaling werd veroordeeld overeenkomstig artikel 60 van het Strafwetboek, of ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank werd gesteld.
- Bij een straf met uitstel mag de proeftijd niet korter zijn dan de duur van dat uitstel.
Voor een zuiver verkeersdossier is die verlenging tot zes jaar minder snel aan de orde dan ze lijkt. Artikel 27bis van de Wegverkeerswet verklaart artikel 60 van het Strafwetboek namelijk niet van toepassing op overtredingen van die wet: verkeersherhaling wordt door de Wegverkeerswet zelf geregeld, niet door de algemene herhalingsregel. Laat dat in uw dossier concreet nakijken — het scheelt drie jaar.
U hoeft niet te wachten tot de termijn helemaal om is. De aanvraag kan ten vroegste één jaar vóór het verstrijken van de termijn van artikel 626 worden ingediend. Dat is verstandig, want de samenstelling van het dossier bij het parket kost tijd die u anders bovenop uw proeftijd staat te wachten.
De stukken die u zelf beter meteen bijbrengt
Het parket verzamelt uw strafregister, uw vonnissen, een uittreksel uit het moraliteitsregister en de inlichtingen van de burgemeesters. Wat het parket niet vanzelf heeft, is het bewijs dat u uw verplichtingen bent nagekomen. Dat brengt u zelf aan:
- Betalingsbewijzen van uw geldboete en de gerechtskosten. Artikel 622 Sv. eist dat uw geldstraffen gekweten zijn en uw vrijheidsstraffen ondergaan. Voorwaardelijk uitgesproken straffen gelden als niet bestaande.
- Bewijs dat u de burgerlijke partij hebt vergoed. Artikel 623 Sv. eist dat u aan de teruggave, de schadevergoeding en de kosten uit het vonnis hebt voldaan. Een kwijting van de tegenpartij of van haar verzekeraar hoort dus in uw dossier.
- Bewijs dat u uw rijverbod hebt ondergaan en dat u geslaagd bent voor de eventueel opgelegde herstelexamens.
- Bewijs van verbetering en van goed gedrag (art. 624 Sv.): werkgeversattest, opleidingscertificaten, bewijs van vrijwilligerswerk. Het hof houdt daarbij uitdrukkelijk rekening met de moeite die u hebt gedaan om schade te herstellen die niet gerechtelijk werd vastgesteld. Wie het slachtoffer buiten elke procedure om heeft vergoed of gecontacteerd, doet dat hier gelden.
Kan u de schadevergoeding of de kosten echt niet betalen? Dan kan het hof u van die voorwaarde ontslaan, maar u moet uw onvermogen aantonen (art. 623, tweede lid Sv.). Zwijgen over een onbetaalde schuld werkt tegen u; ze onderbouwen werkt voor u.
Weet u niet of uw dossier klaar is voor een aanvraag? Laad uw vonnis en uw uittreksel uit het strafregister op via onze uploadmodule. Wij bekijken of u eerherstel nodig hebt of dat uw straf sinds 1 september 2026 al vanzelf wordt uitgewist. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dossier · Boek een gratis speeddate
Hoe lang de procedure duurt
Artikel 630 Sv. zet klokken op elke fase, en die geven u een realistisch beeld:
- Twee maanden heeft de procureur-generaal om uw processtukken na ontvangst van de aanvraag voor te leggen aan de kamer van inbeschuldigingstelling.
- Eén maand heeft die kamer daarna om de zaak te behandelen en te beslissen, met gesloten deuren.
- Minstens vijf dagen wordt het dossier ter beschikking gesteld van u en van uw advocaat.
- Minstens acht vrije dagen vóór de vastgestelde dag wordt u door de procureur-generaal gedagvaard.
De tijd die het parket nodig heeft om uw dossier samen te stellen, staat niet in die klokken. Daar zit in de praktijk het grootste deel van de wachttijd — en dat is precies het deel dat u zelf kan verkorten door uw betalingsbewijzen en attesten van het begin af mee te sturen.
De zitting: met gesloten deuren, en u moet er zijn
U moet verschijnen op elke terechtzitting, behalve op die waarop het arrest wordt uitgesproken, en u verschijnt in persoon. Verschijnt u niet en voert u geen wettige reden van verschoning aan, dan wijst het hof uw aanvraag af. Dat staat er zo in de wet.
Er is ook een snelle weg. Oordeelt de procureur-generaal dat uw verschijnen niet onontbeerlijk is en dat er grond bestaat om uw aanvraag in te willigen, dan kan het hof eerherstel verlenen zonder verdere formaliteiten. In alle andere gevallen worden de procureur-generaal, u en uw advocaat gehoord. Vindt het hof daarna een onderzoek nodig, dan wijst het getuigen aan en wordt u na hun verhoor opnieuw gehoord.
Wat de procedure u kost
Anders dan veel mensen denken, is eerherstel niet gratis. De kosten van de rechtspleging komen ten laste van u als verzoeker en worden geregeld zoals in correctionele zaken (art. 633 Sv.).
De griffier van het hof brengt u het bedrag per aangetekende brief ter kennis, met de vraag om binnen twee maanden na de uitspraak ter griffie te betalen. Een kopie van de kwitantie gaat bij het dossier, en pas daarna wordt het arrest uitgevoerd. Betaalt u niet, dan blijft uw eerherstel dus op papier staan.
Daarnaast staan de wettelijke voorwaarden zelf: uw geldboete, de gerechtskosten van uw oorspronkelijke vonnis en de schadevergoeding aan de burgerlijke partij moeten betaald zijn vóór u aanspraak maakt. Het ereloon van uw advocaat komt daar bovenop.
Als de kamer weigert
Een weigering is geen definitief einde, maar wel een lange pauze. U mag uw aanvraag pas twee jaar na de dagtekening van het arrest hernieuwen.
Het hof kan in zijn afwijzend arrest een kortere termijn stellen. Dat kan het echter niet wanneer het eerherstel werd geweigerd wegens gemis van verbetering of van goed gedrag. Precies daarom is dat gedragsluik geen bijzaak in uw dossier: het is het enige weigeringsmotief dat u twee volle jaren kost.
Wat eerherstel wél en niet doet
Eerherstel doet voor de toekomst alle gevolgen van uw veroordeling ophouden, onverminderd de rechten die derden hebben verkregen (art. 634 Sv.). Van het eerherstel wordt melding gemaakt op de kant van het vonnis, en een uittreksel gaat naar de minister van Justitie, naar de procureur des Konings die verslag deed en naar uw burgemeester. U kan zelf een uitgifte van het arrest laten afgeven — handig wanneer een werkgever of een overheid ernaar vraagt.
Er zijn wel grenzen:
- Rechten die derden al hebben verkregen, blijven bestaan. Uw schuld aan een slachtoffer verdwijnt niet door eerherstel, en de uitwissing van een geldboete verhindert de invordering ervan evenmin (art. 619, § 2 Sv.).
- De feiten zelf verdwijnen niet. Gerechtelijk vastgestelde feiten kunnen buiten het strafrecht nog steeds meewegen, bijvoorbeeld bij een beoordeling van beroepsgeschiktheid.
Voor wie een blanco uittreksel nodig heeft voor een job als chauffeur, voor een erkenning of voor het buitenland, is dat een belangrijk onderscheid: uw uittreksel wordt schoon, uw verleden wordt niet uitgewist.
Veelgestelde vragen
Moet ik eerherstel aanvragen na een boete voor alcohol aan het stuur?
In de regel niet. Sinds 1 september 2026 wordt elke geldboete tot en met 20.000 euro drie jaar na de definitieve beslissing van rechtswege uitgewist. Alleen wanneer uw vonnis ook een gevangenisstraf bevat, of een rijverbod van meer dan drie jaar, hebt u een procedure nodig.
Kost een aanvraag eerherstel geld?
Ja. De kosten van de rechtspleging komen ten laste van u en worden geregeld zoals in correctionele zaken. De griffier laat u het bedrag per aangetekende brief weten en u betaalt binnen twee maanden na de uitspraak ter griffie. Uw geldboete, de gerechtskosten en de schadevergoeding moeten daarnaast al betaald zijn — dat zijn wettelijke voorwaarden, geen proceskosten.
Kan ik eerherstel aanvragen als ik mijn boete nog aan het afbetalen ben?
Uw geldstraffen moeten gekweten zijn. Voor de teruggave, de schadevergoeding en de kosten kan het hof u van die voorwaarde ontslaan wanneer u aantoont dat u in de onmogelijkheid verkeerde om te betalen. Breng in dat geval uw afbetalingsplan en uw financiële situatie gedocumenteerd bij.
Krijgt mijn werkgever mijn rijverbod nog te zien na eerherstel?
Na eerherstel wordt uw veroordeling niet langer vermeld op het uittreksel dat aan particulieren wordt afgegeven. Een werkgever die dat uittreksel opvraagt, ziet ze dus niet meer.
Wat als ik tijdens de proeftijd een nieuwe verkeersovertreding heb begaan?
Dat hoeft niet fataal te zijn. Artikel 627 Sv. laat het hof toe te beslissen dat veroordelingen tot een straf van niveau 1 wegens overtreding van bijzondere wetten — en de Wegverkeerswet is er één — geen beletsel vormen voor uw eerherstel. Het blijft wel een beoordeling van uw verbetering en goed gedrag, dus u legt uit hoe die overtreding past in een beeld van blijvende verbetering.
Ik ben verhuisd sinds mijn veroordeling. Bij welk parket dien ik in?
Bij het parket van het arrondissement waar u nu verblijft, niet bij het parket dat u vervolgde. Verblijft u in het buitenland, dan is het parket Brussel bevoegd. In uw verzoekschrift vermeldt u wel alle adressen waar u tijdens de proeftijd hebt gewoond.
Zorgeloos naar de politierechtbank
Een dossier eerherstel is administratief werk waarin één ontbrekend betalingsbewijs of één vergeten adres u maanden kost. En sinds 1 september 2026 is de eerste vraag niet meer "hoe vraag ik het aan", maar "heb ik het nog nodig". Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken en lezen uw vonnis met de nieuwe tekst van artikel 619 naast zich.
Laad hier uw dossier op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook: