Begeleider zijn: de voorwaarden
Begeleider is geen gunst die u aan uw kind bewijst. Het is een rol met wettelijke voorwaarden, en één ervan gaat over uw eigen verleden achter het stuur.
Voor de gewone situatie, een kandidaat met een voorlopig rijbewijs B, staan die voorwaarden in artikel 3, § 2 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B. U moet:
- voldoen aan de voorwaarden om zelf een rijbewijs te verkrijgen, zoals bepaald in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
- sedert ten minste acht jaar houder én drager zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldig is om een voertuig van categorie B te besturen;
- niet vervallen zijn, en de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen;
- niet binnen het jaar vóór de afgifte van het voorlopig rijbewijs als begeleider op een ander voorlopig rijbewijs vermeld geweest zijn, met uitzonderingen voor uw partner, uw kinderen, kleinkinderen, broers, zussen en pleegkinderen en die van uw partner;
- op het voorlopig rijbewijs vermeld staan en vooraan in het voertuig plaatsnemen.
Voor de andere categorieën geldt artikel 6, 3° van het koninklijk besluit van 23 maart 1998. Daar liggen de anciënniteit en de leeftijd anders — zes jaar in plaats van acht, en minstens 24 of 27 jaar voor de zwaardere categorieën — maar de voorwaarde over het verval is woordelijk dezelfde.
Wat mag er verder in de auto? Artikel 3, § 4 is streng: de houder van een voorlopig rijbewijs B mag enkel begeleid worden door de op het document vermelde begeleiders en/of door een gebrevetteerde rij-instructeur, "met uitsluiting van alle andere passagiers".
Wat een leerling verder wel en niet mag, staat in ons artikel over rijden met een voorlopig rijbewijs.
Eén Vlaamse voorwaarde extra
De rijopleiding is gewestelijke materie. Vlaanderen, Wallonië en Brussel voeren elk hun eigen versie van deze besluiten.
De voorwaarden voor de begeleider die hierboven staan, zijn in de Vlaamse, Waalse en Brusselse versies identiek. Maar Vlaanderen voegt er één verplichting aan toe. Artikel 8/1, § 2 van de Vlaamse versie van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 bepaalt dat de begeleider van een kandidaat met een voorlopig rijbewijs B met begeleider het vormingsmoment gevolgd moet hebben, en dat minstens vijf maanden vóór de datum van het praktische examen. Heeft de kandidaat twee begeleiders, dan volstaat het dat één van hen dat deed.
Dit artikel is geschreven voor Vlaanderen. Woont u in Wallonië of Brussel, laat uw situatie dan nakijken tegen de versie die daar geldt.
Waarom een rijverbod die rol raakt
De voorwaarde is niet dat u nu mag rijden. De voorwaarde is dat u de laatste drie jaar niet van het recht tot besturen vervallen verklaard bent geweest. Dat is een strengere test, en heel wat ouders lezen erover heen.
Dezelfde bepaling eist bovendien dat u voldaan hebt aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de Wegverkeerswet werden opgelegd. Kreeg u een theoretisch of praktisch examen of een geneeskundig of psychologisch onderzoek opgelegd, dan bent u pas in orde als u die met goed gevolg doorlopen heeft. Lees daarover de vier herstelonderzoeken.
Lopend rijverbod of oude veroordeling
Twee heel verschillende situaties, met twee heel verschillende gevolgen.
Uw rijverbod loopt nog. Dan is begeleiden niet enkel een administratieve fout, het is een misdrijf op zich. Artikel 48, § 1, 1° van de Wegverkeerswet straft "hij die een voertuig of een luchtschip bestuurt, een rijdier geleidt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, spijts het tegen hem uitgesproken verval". Begeleiden staat daar dus letterlijk naast besturen.
Uw rijverbod is afgelopen, maar minder dan drie jaar geleden. Dan mag u zelf weer rijden, en toch mag u niet begeleiden. U voldoet niet aan de voorwaarde van artikel 3, § 2, c), en u kan dus niet geldig op een voorlopig rijbewijs vermeld staan.
Dat tweede geval zien wij het vaakst. Een ouder kreeg twee jaar eerder een rijverbod van vijftien dagen, denkt dat de zaak lang afgehandeld is, en staat plots als begeleider op het document van zijn dochter.
Twijfelt u of uw oude dossier u nu in de weg staat? Laad uw dagvaarding, uw vonnis of uw proces-verbaal op via onze uploadmodule. Wij bekijken uw dossier en zeggen u wat er speelt. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate
Welke termijn geldt
Drie jaar. De besluiten gebruiken daarvoor exact dezelfde woorden, en die zijn het citeren waard.
Artikel 3, § 2, c) van het koninklijk besluit van 10 juli 2006:
"hij mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer werden opgelegd"
Artikel 6, 3°, d) van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 gebruikt voor de overige categorieën dezelfde bewoordingen.
Twee zaken vallen op aan die formulering.
Ten eerste: de tekst spreekt over vervallen geweest zijn, niet over de duur van uw rijverbod. Of u vijftien dagen of zes maanden niet mocht rijden, maakt voor deze voorwaarde geen verschil.
Ten tweede: de tekst zegt niet uitdrukkelijk of die drie jaar lopen vanaf het vonnis, vanaf de ingangsdatum van uw verval of vanaf het einde ervan. Wij schrijven dus geen aanvangsdatum die er niet staat. Wilt u zekerheid over uw eigen data, laat uw vonnis dan nakijken. Wanneer een rijverbod effectief begint te lopen, is trouwens zelf al een verrassing voor veel mensen: zie wanneer uw rijverbod ingaat.
Wat als u toch begeleidt
Dan hangt uw straf af van de situatie waarin u zich bevindt.
Begeleiden tijdens een lopend verval. Artikel 48, § 1 van de Wegverkeerswet legt een straf van niveau 2 op, én een verval van het recht tot besturen van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar, of levenslang. De geldboete bedraagt in de wettekst 4.000 tot 16.000 euro. Die bedragen worden vermenigvuldigd met 1,25, wat neerkomt op 5.000 tot 20.000 euro.
Bij herhaling binnen drie jaar kan een straf van niveau 3 worden opgelegd, met een geldboete van 8.000 tot 32.000 euro in de wet, oftewel 10.000 tot 40.000 euro. Wat een lopend verval nog meer meebrengt, leest u in rijden tijdens een rijverbod.
Begeleiden binnen drie jaar na een afgelopen verval. Dan overtreedt u de voorwaarden inzake scholing die de Koning heeft vastgesteld. Artikel 30, § 2, 1° van de Wegverkeerswet straft wie die bepalingen overtreedt, "hetzij als bestuurder, hetzij als persoon die een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing", met een geldboete van 50 tot 500 euro in de wettekst, na de vermenigvuldiging met 1,25 dus 62,50 tot 625 euro. Artikel 30, § 2, 2° straft daarnaast wie een persoon begeleidt die zelf in overtreding is met die bepalingen.
En wie het voertuig uitleent? Artikel 49 richt zich op de eigenaar of houder: hij die opzettelijk een motorvoertuig "voor het besturen of voor de begeleiding met het oog op de scholing" toevertrouwt aan een persoon die van het recht tot sturen vervallen is verklaard, krijgt een straf van niveau 1, met een geldboete van 800 tot 8.000 euro in de wet, oftewel 1.000 tot 10.000 euro.
Gevolgen voor de leerling
De leerling rijdt op dat moment in overtreding, maar zijn voorlopig rijbewijs blijft geldig. Dat is het deel dat ouders het meest bezighoudt, en het antwoord is minder dramatisch dan gevreesd.
Kijk eerst naar wat er misgaat. De besluiten eisen dat de kandidaat "vergezeld is van een begeleider die beantwoordt aan de voorgeschreven voorwaarden en die vermeld is op het voorlopige rijbewijs". Voldoet u niet aan die voorwaarden, dan zit de leerling zonder geldige begeleiding en rijdt hij dus buiten de voorwaarden van zijn voorlopig rijbewijs. Ook hij valt daarmee onder artikel 30, § 2, 1° van de Wegverkeerswet, dat de overtreding uitdrukkelijk "hetzij als bestuurder" strafbaar stelt: 62,50 tot 625 euro.
Maar het document zelf blijft overeind. Artikel 3, § 3 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 zegt het letterlijk:
"Als een van de op het voorlopig rijbewijs vermelde begeleiders niet langer één van de in § 2 vermelde voorwaarden vervult, moet de kandidaat van begeleider veranderen overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid. Het voorlopig rijbewijs verliest zijn geldigheid niet."
De oplossing staat dus in het besluit zelf: de kandidaat verandert van begeleider. Bij de gemeente wordt dan een nieuw voorlopig rijbewijs afgegeven, met dezelfde uiterste geldigheidsdatum als het oorspronkelijke document. Dezelfde paragraaf laat ook toe een tweede begeleider te laten vermelden, bij de afgifte of tijdens de scholing. Voor gezinnen waar één ouder een dossier heeft, is dat de eenvoudigste uitweg.
Rijdt de leerling zelf een zware overtreding, dan raakt dat zijn opleiding wel rechtstreeks. Zie voorlopig rijbewijs en een zware overtreding.
Veelgestelde vragen
Ik had een rijverbod van vijftien dagen, twee jaar geleden. Mag ik begeleiden?
Neen. De voorwaarde is dat u de laatste drie jaar niet van het recht tot besturen vervallen verklaard geweest bent. De duur van uw rijverbod speelt daarbij geen rol.
Mijn rijverbod loopt nog. Mag ik dan naast een leerling zitten?
Neen, en dat is een misdrijf op zich. Artikel 48, § 1, 1° van de Wegverkeerswet stelt het begeleiden met het oog op de scholing spijts het uitgesproken verval uitdrukkelijk strafbaar, met een geldboete van 5.000 tot 20.000 euro en een nieuw verval van minstens drie maanden.
Wat riskeer ik als ik toch begeleid na een afgelopen rijverbod?
Een geldboete van 62,50 tot 625 euro op grond van artikel 30, § 2 van de Wegverkeerswet, voor u en mogelijk ook voor de leerling.
Verliest mijn kind zijn voorlopig rijbewijs?
Neen. Artikel 3, § 3 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 bepaalt dat het voorlopig rijbewijs zijn geldigheid niet verliest. De kandidaat moet wel van begeleider veranderen, waarna een nieuw document wordt afgegeven met dezelfde uiterste geldigheidsdatum.
Moet ik als Vlaamse begeleider nog iets extra doen?
Ja. Bij een voorlopig rijbewijs B met begeleider moet de begeleider het vormingsmoment gevolgd hebben, minstens vijf maanden vóór de datum van het praktische examen. Zijn er twee begeleiders, dan volstaat het dat één van hen dat deed.
Mag ik meerijden zonder te begeleiden?
Bij een voorlopig rijbewijs B met begeleider niet: enkel de vermelde begeleiders en een gebrevetteerde rij-instructeur mogen mee. Bij een voorlopig rijbewijs zonder begeleider mogen ten hoogste twee personen mee die aan dezelfde voorwaarden voldoen, inclusief die over het verval.
Zorgeloos naar de politierechtbank
Ouders die hun kind willen leren rijden, denken zelden aan een dossier van drie jaar oud. De besluiten doen dat wel, en de sanctie treft dan twee mensen tegelijk: u en uw kind, in dezelfde auto.
Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij kijken uw vonnis na, zeggen u of u aan de voorwaarden voldoet, en bekijken wat er nog mogelijk is als u al gereden heeft. Wilt u weten wat een veroordeling kost, gebruik dan onze boetecalculator.
Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook: