Parkeren op een plaats voor personen met een handicap: waarom dit dubbel zo duur is
Parkeren op een plaats voor personen met een handicap is geen gewone parkeerfout. De wetgever haalde dit feit apart uit de rij en zette het in de tweede graad. Waar een gewone parkeerinbreuk u 64 euro kost, betaalt u hier 128 euro onmiddellijke inning. Voor de politierechter loopt de geldboete op van 200 tot 2.500 euro.
Dat verschil is geen vergissing van de vaststeller, en de gevolgen gaan verder dan het bedrag.
Wat de wegcode precies verbiedt
Artikel 25.1, 14° van de wegcode verbiedt het parkeren "op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3° c, behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3".
Die signalisatie is het onderbord met het rolstoelsymbool, omschreven in artikel 70.2.1, 3° c). Artikel 27bis zegt daarna wie er wél mag staan, en onder welke voorwaarde:
- Voorbehouden aan wie de kaart heeft. "De parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°c) zijn voorbehouden voor voertuigen die gebruikt worden door de personen met een handicap die houder zijn van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3. of van het door artikel 27.4.1. hiermee gelijkgestelde document."
- De kaart moet zichtbaar liggen. "Die kaart of dit document moet aangebracht worden op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op die plaatsen geparkeerde voertuig."
Let op het woordgebruik. De plaats is niet voorbehouden aan een nummerplaat, maar aan een voertuig dat gebruikt wordt door de kaarthouder. Dat ene woord bepaalt bijna elke discussie in deze dossiers.
Waarom dit een overtreding van de tweede graad is
Artikel 29, § 1, derde lid van de Wegverkeerswet laat de Koning toe overtredingen als tweede graad aan te wijzen. Het gaat om inbreuken "die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen" en om — letterlijk in de wettekst — "de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap".
Uw feit staat dus met naam in de wet. De Koning voerde die aanwijzing uit in artikel 2, 21° van het koninklijk besluit van 30 september 2005, dat het verbod van artikel 25.1, 14° in de lijst van tweedegraadsovertredingen opneemt. Praktisch:
- Onmiddellijke inning: 128 euro. Het vaste bedrag voor een tweede graad, tegenover 64 euro voor een eerste graad. Op een onmiddellijke inning gelden de opdeciemen niet; het bedrag staat als vast cijfer in het koninklijk besluit van 19 april 2014.
- Voor de rechter: 200 tot 2.500 euro. In de wettekst staat 160 tot 2.000 euro, maar sinds 1 september 2026 vermenigvuldigt u die bedragen met 1,25.
- Straf van niveau 1. Niveau 1 kent geen gevangenisstraf. De rechter kan een geldboete opleggen, maar ook een werkstraf van 20 tot 120 uur, een probatiestraf van 6 tot 12 maanden, een verbeurdverklaring, of een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring.
- Bijdrage Slachtofferfonds: 250 euro. Een vast bedrag bovenop de boete en de gerechtskosten.
De rechter mág hier een rijverbod opleggen
Dit punt verrast de meeste mensen. Artikel 38, § 1, 3° van de Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot besturen kan uitspreken "indien hij veroordeelt wegens een van de overtredingen van de tweede of de derde graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1". Zo'n verval bedraagt acht dagen tot vijf jaar.
Hij moet dat niet doen, zoals bij een vierde graad, maar hij kan het wel. Bij een eerste graad kan dat pas nadat u binnen drie jaar vóór de overtreding driemaal werd veroordeeld (artikel 38, § 1, 4°). Hier bestaat die drempel niet.
Eén gunstige nuance voor jonge bestuurders. Artikel 38, § 5 verplicht de rechter normaal tot een rijverbod met examen wanneer u minder dan twee jaar houder bent van het rijbewijs B. Het laatste lid van die paragraaf sluit deze inbreuk daarvan uit: "Het eerste lid is niet van toepassing op de overtredingen van de tweede graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1."
Lag uw kaart wel achter de voorruit, en kreeg u toch een boete? Laad uw onmiddellijke inning of uw dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij kijken na wat de vaststeller heeft opgeschreven en of dat de inbreuk kan dragen. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate
Waarom een kopie van de kaart niet volstaat
Artikel 27bis van de wegcode zegt dat "die kaart of dit document" moet aangebracht worden op de binnenkant van de voorruit. Geen afbeelding, geen scan, geen foto op uw telefoon. De wet verwijst naar de kaart zelf.
De kaart heeft een vastgelegd model, en de vaststeller moet ter plaatse kunnen zien dat het om een echte kaart gaat.
- Neem het origineel mee. Rijdt u met verschillende wagens, behandel de kaart dan als uw identiteitskaart.
- Verloren of gestolen? Vraag een duplicaat. Artikel 6 van het ministerieel besluit van 7 mei 1999 laat de titularis toe een duplicaat te bekomen wanneer de kaart verloren, gestolen, beschadigd of onleesbaar is.
- Leg de kaart leesbaar. Een kaart die omgedraaid of half onder een dashboardmat ligt, is geen aangebrachte kaart.
De kaarthouder die niet meerijdt
U leent de wagen van uw moeder, met haar kaart erin, en parkeert op een voorbehouden plaats om zelf een boodschap te doen. Dat mag niet, en dat verrast veel mensen.
De vrijstelling volgt de persoon, niet het voertuig. Artikel 27bis spreekt van voertuigen die gebruikt worden door de kaarthouder. Artikel 5 van het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap maakt dat sluitend: "De kaart is strikt persoonlijk; zij mag enkel gebruikt worden wanneer de titularis vervoerd wordt in het voertuig dat geparkeerd wordt of wanneer hij zelf dat voertuig bestuurt."
Rijdt de kaarthouder niet mee, dan is er geen vrijstelling, en de kaart achter de voorruit verandert daar niets aan. Hetzelfde artikel laat de bevoegde agenten bovendien toe de kaart in te vorderen bij misbruik, waarna het Bestuur zes maanden kan weigeren een vervangende kaart af te leveren. De persoon voor wie de kaart bedoeld is, valt er dan een halfjaar zonder.
Hoe u betwist wanneer uw kaart er wél lag
De kaart lag correct achter de voorruit, de kaarthouder reed mee, en toch valt er een boete in de bus. Dan betwist u niet de regel, maar de vaststelling.
- Vraag inzage in het dossier. U hebt het recht te weten wat er is vastgesteld: uur, plaats, nummerplaat, en wat de vaststeller over de voorruit opschreef.
- Vraag de foto's op. Parkeerinbreuken worden vaak fotografisch vastgelegd. Een foto waarop de kaart zichtbaar is, doet uw zaak in één beweging.
- Betaal niet zomaar. Wie een onmiddellijke inning betaalt, sluit de zaak, ook wanneer hij ten onrechte beboet werd.
- Controleer de signalisatie. Stond het onderbord met het symbool er wel? Een markering op de grond zonder dat bord is een ander verhaal.
Veelgestelde vragen
Hoeveel kost parkeren op een plaats voor personen met een handicap?
De onmiddellijke inning bedraagt 128 euro. Betaalt u niet of betwist u, dan kan het parket u dagvaarden. Voor de politierechtbank bedraagt de geldboete 200 tot 2.500 euro, plus 250 euro bijdrage aan het Slachtofferfonds en de gerechtskosten.
Kan ik hiervoor mijn rijbewijs kwijtraken?
Ja. Omdat het om een tweede graad gaat, mag de rechter op grond van artikel 38, § 1, 3° van de Wegverkeerswet een verval van het recht tot besturen uitspreken van acht dagen tot vijf jaar. Verplicht is hij niet.
Mag ik de wagen van mijn vader met zijn parkeerkaart gebruiken?
Enkel wanneer hij meerijdt of zelf rijdt. Artikel 5 van het ministerieel besluit van 7 mei 1999 bepaalt dat de kaart strikt persoonlijk is en enkel gebruikt mag worden wanneer de titularis vervoerd wordt in het geparkeerde voertuig of het zelf bestuurt.
Volstaat een kopie of een foto van de kaart?
Nee. Artikel 27bis van de wegcode vereist dat "die kaart of dit document" wordt aangebracht op de binnenkant van de voorruit. Dat is het origineel. Een kopie, een scan of een foto op uw gsm volstaat niet.
Geldt mijn buitenlandse kaart in België?
Ja, wanneer het gaat om het document dat een bevoegde buitenlandse overheid aflevert aan personen met een handicap en waarop het symbool van artikel 70.2.1.3° c) voorkomt. Artikel 27.4.1 van de wegcode stelt dat gelijk met de Belgische kaart, en ook dat document moet achter de voorruit liggen.
Mag ik met mijn kaart overal gratis en onbeperkt parkeren?
Nee, maar u hebt twee bijkomende faciliteiten. Artikel 27.4.1 van de wegcode heft de beperkingen van de parkeertijd op voor voertuigen die door een kaarthouder gebruikt worden wanneer de kaart is aangebracht, en artikel 27.4.2 laat de kaart de parkeerschijf vervangen waar die verplicht is. Andere parkeerverboden blijft u wel respecteren.
Ik heb mijn rijbewijs minder dan twee jaar. Moet de rechter mij een rijverbod opleggen?
Nee, niet voor deze inbreuk. Artikel 38, § 5 van de Wegverkeerswet verplicht de rechter in dat geval normaal tot een rijverbod met examen, maar het laatste lid van die paragraaf sluit de tweedegraadsovertredingen daar uitdrukkelijk van uit.
Zorgeloos naar de politierechtbank
Dit is de duurste parkeerinbreuk die de wegcode kent: 128 euro onmiddellijke inning, 200 tot 2.500 euro voor de rechter, en een rijverbod dat de rechter mag opleggen zonder uw voorgeschiedenis erbij te halen.
De regel is smal, de vaststelling is dat vaak niet. Lag uw kaart correct achter de voorruit en reed de titularis mee, dan bent u geen overtreder, en dan is het aan het dossier om het tegendeel te bewijzen. Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij weten wat er in een parkeerdossier moet staan en wat er meestal niet in staat.
Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook: