Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

Hoeveel passagiers mag u vervoeren? Tel de gordels, niet de zitplaatsen

Hoeveel passagiers mag u vervoeren? De gordel bepaalt het aantal, niet de zitbank

Passagiers mag u vervoeren zoveel als uw auto gordels heeft — niet zoveel als er plaats is op de bank. Artikel 44.1 van de wegcode zegt het letterlijk: "Het aantal inzittenden van een auto mag niet meer bedragen dan de som van het aantal plaatsen uitgerust met een veiligheidsgordel of een goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem en van het aantal plaatsen die daarmee niet behoeven te zijn uitgerust."

Dezelfde bepaling voegt toe dat de plaatsen met een gordel of goedgekeurd systeem "bij voorrang [moeten] worden ingenomen". Drie gordels achteraan betekent dus drie passagiers achteraan, ook als er fysiek een vierde bij kan.

Artikel 44.1 begint bovendien met twee maten: u als bestuurder moet beschikken over "een plaatsruimte van ten minste 0,55 meter breed", en wie naast u zit over ten minste 0,40 meter.

De gordelplicht geldt op elke plaats die een gordel heeft

Artikel 35.1.1, eerste lid van de wegcode: "De bestuurder en de passagiers van auto's die aan het verkeer deelnemen, moeten de veiligheidsgordel dragen, op de plaatsen die ermee zijn uitgerust." Voor andere motorvoertuigen dan auto's herhaalt het zesde lid dezelfde plicht.

Artikel 35.1.3 voegt een kwaliteitseis toe: de gordel "wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan niet negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden". Onder uw arm door of achter uw rug is dus geen gordel dragen.

Hoe zwaar weegt dat? Het koninklijk besluit van 30 september 2005 wijst de overtredingen per graad aan. In artikel 2 — de lijst van de tweede graad — vindt u onder 22°/1 uitdrukkelijk de artikelen 35.1.1 eerste lid, 35.1.1 zesde lid (eerste zin), 35.1.3 en 44.1 derde en vierde lid terug. Een gordelinbreuk en een auto met te veel inzittenden zijn dus overtredingen van de tweede graad.

Wat dat kost sinds 1 september 2026:

  • Onmiddellijke inning: 128 euro. Op een onmiddellijke inning gelden de opdeciemen niet. Er komt wel een administratieve toeslag van 8,84 euro bij (artikel 65 § 1 Wegverkeerswet).
  • Voor de politierechtbank: 200 tot 2.500 euro. De wet noemt 160 tot 2.000 euro, maar sinds 1 september 2026 vermenigvuldigt u die bedragen met 1,25.
  • Bijdrage Slachtofferfonds: 250 euro, bovenop de boete en de gerechtskosten.
  • Geen gevangenisstraf. Alle vier de graden zijn een straf van niveau 1, en dat niveau kent geen gevangenisstraf.
  • Een rijverbod kan, maar moet niet. Artikel 38 § 1, 3° Wegverkeerswet laat de rechter een verval van acht dagen tot vijf jaar uitspreken bij een tweede of derde graad.

Goed nieuws voor wie pas is geslaagd: de verplichting van artikel 38 § 5 om bij een bestuurder die minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B een verval én een herexamen op te leggen, geldt volgens het derde lid van die paragraaf niet bij een overtreding van de tweede graad.

Wie krijgt de boete? Dat hangt af van de leeftijd van uw passagier

Het scharnierpunt staat in de tekst van artikel 35 zelf. Het eerste lid richt zich tot twee groepen: "De bestuurder en de passagiers van auto's die aan het verkeer deelnemen, moeten de veiligheidsgordel dragen." Een meerderjarige passagier zonder gordel overtreedt dus zelf een verbod, en krijgt zijn eigen onmiddellijke inning van 128 euro op zijn eigen naam.

Het tweede lid is anders opgebouwd: "Kinderen van minder dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm moeten worden vervoerd in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem." Geen enkele passagier wordt aangesproken — de bepaling regelt het vervoeren. Die plicht rust dus op wie vervoert: u, achter het stuur.

Voor die groep loopt het bovendien een graad hoger. Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit — de derde graad — vermeldt onder 20°/1 uitdrukkelijk artikel 35.1.1, tweede lid. Een kind jonger dan achttien én kleiner dan 135 centimeter zonder geschikt systeem vervoeren is dus een overtreding van de derde graad: onmiddellijke inning 191 euro, voor de rechter 300 tot 5.000 euro, en een mogelijk verval van acht dagen tot vijf jaar.

Staat er een gordelinbreuk of een overtreding met kinderen op uw dagvaarding? Laad uw dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij kijken na welke graad het parket werkelijk heeft weerhouden en of dat klopt met de tekst van artikel 35. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate

Kinderen onder 135 centimeter: wat artikel 35 letterlijk oplegt

  • Het tweede lid: kinderen van minder dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm moeten worden vervoerd in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem.
  • Het derde lid: op zitplaatsen zonder gordel worden geen kinderen van minder dan 3 jaar vervoerd; op de zitplaatsen voorin zonder gordel geen kinderen van minder dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm.
  • Het vijfde lid: kinderen van minder dan 18 jaar worden niet in een naar achteren gericht systeem op een passagierszitplaats met voorairbag vervoerd, tenzij die airbag is uitgeschakeld.
  • Het zesde lid, voor andere motorvoertuigen dan auto's: kinderen van minder dan 3 jaar in een geschikt kinderbeveiligingssysteem; kinderen van 3 tot minder dan 8 jaar in een geschikt systeem óf met de gordel.

De uitzonderingen die artikel 35 zelf noemt

  • Grote voertuigen, taxi's en geregeld vervoer. Artikel 35.1.1, vierde lid: het tweede en derde lid gelden niet in voertuigen met meer dan acht zitplaatsen (die van de bestuurder niet meegerekend), in taxi's en in voertuigen voor geregeld personenvervoer. In een taxi zonder kinderbeveiligingssysteem moet een kind onder 18 jaar en kleiner dan 135 cm wel achterin.
  • Het derde kind. Artikel 35.1.2, eerste lid laat in een voertuig met ten hoogste acht zitplaatsen een derde kind van 3 jaar of ouder en kleiner dan 135 cm achterin toe met de gordel, wanneer er na twee kinderbeveiligingssystemen geen derde meer bij kan en die twee in gebruik zijn.
  • Incidenteel vervoer over korte afstand. Artikel 35.1.2, tweede lid laat kinderen van 3 jaar of ouder en kleiner dan 135 cm achterin met de gordel toe wanneer er geen of te weinig systemen beschikbaar zijn. Let op de laatste zin: "Dit geldt niet met betrekking tot kinderen waarvan een ouder het voertuig bestuurt." Uw eigen kind valt er dus buiten.
  • Vrijstellingen van de gordel. Artikel 35.2.1 stelt vrij: bestuurders die achteruit rijden, taxibestuurders die een klant vervoeren, bestuurders en passagiers van prioritaire voertuigen in de omschreven situaties, houders van een medische vrijstelling, en beambten van De Post tijdens de postbedeling en postophaling. Die medische vrijstelling "moet worden vertoond op elk door een bevoegd persoon gedaan verzoek" (artikel 35.2.2).

Veelgestelde vragen

Mag ik vijf personen achteraan vervoeren als ze er fysiek in passen?

Neen. Artikel 44.1, derde lid begrenst het aantal inzittenden tot het aantal plaatsen met een gordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem, plus de plaatsen die daarmee niet moeten zijn uitgerust. Passen is geen criterium in de wegcode.

Mijn passagier van 22 droeg zijn gordel niet. Krijg ik de boete?

Artikel 35.1.1, eerste lid legt de gordelplicht op aan de bestuurder én aan de passagiers. Een meerderjarige passagier overtreedt de bepaling dus zelf en wordt zelf beboet.

Mijn kind van tien was niet vastgeklikt. Waarom is dat zwaarder?

Omdat artikel 35.1.1, tweede lid over het vervoeren van kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm gaat, en dat lid in artikel 3, 20°/1 van het koninklijk besluit van 30 september 2005 als derde graad is aangewezen. Dat brengt u van 128 naar 191 euro onmiddellijke inning, en van 200-2.500 naar 300-5.000 euro voor de rechter.

Is 135 centimeter of achttien jaar bepalend?

Beide, en cumulatief: het systeem is verplicht voor kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm. Wie een van beide grenzen voorbij is, valt onder de gewone gordelplicht.

Riskeer ik een rijverbod voor een gordelinbreuk?

Bij een tweede of derde graad kan de rechter een verval van acht dagen tot vijf jaar uitspreken (artikel 38 § 1, 3° Wegverkeerswet), maar hij moet dat niet. Enkel bij een vierde graad hoort er volgens artikel 29 § 1 een verval bij, en motiveert de rechter het als hij er geen uitspreekt.

Ik heb mijn rijbewijs pas acht maanden. Verandert dat iets?

Bij een tweede graad niet. Artikel 38 § 5, derde lid sluit overtredingen van de tweede graad uitdrukkelijk uit van de verplichting om bij een bestuurder met minder dan twee jaar rijbewijs B een verval met herexamen op te leggen. Bij een derde graad geldt die uitsluiting niet.

Zorgeloos naar de politierechtbank

Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij weten dus welke graad een parket in dit soort dossiers weerhoudt, en waar een verkeerd aangeduide graad u honderden euro's kost.

Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.

Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.

Anderen lazen ook: