Geflitst of beboet op privéterrein: toegankelijkheid beslist, niet eigendom
Op privéterrein geflitst of beboet worden voelt onrechtvaardig: het is niet de openbare weg, dus wat heeft de politie daar te zoeken? Het antwoord staat in de Wegverkeerswet zelf, en het draait niet om wie de grond bezit maar om de toegankelijkheid van het terrein.
Artikel 28 van de Wegverkeerswet: wat een openbare plaats is
Artikel 28 van de Wegverkeerswet luidt: "In deze gecoördineerde wetten worden onder 'openbare plaats' verstaan de openbare weg, de terreinen toegankelijk voor het publiek en de niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn."
Drie categorieën, en twee van de drie zijn geen openbare weg:
- De openbare weg. Straten, wegen, pleinen.
- De terreinen toegankelijk voor het publiek. Een winkelparking, een tankstation, de parking van een ziekenhuis of een pretpark.
- De niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn. Een bedrijfsterrein, een personeelsparking, de parking van een appartementsgebouw.
De eigendom van de grond komt in die definitie niet voor. Een parking blijft privé-eigendom van de supermarkt en is tóch een openbare plaats zodra het publiek er terechtkan. Wie op zijn eigendomsakte hoopt, verdedigt zich met het verkeerde stuk.
Twee wetten, twee toepassingsgebieden
Hier zit de nuance die de meeste discussies verklaart. De Wegverkeerswet werkt met het begrip "openbare plaats" uit artikel 28. De wegcode — het koninklijk besluit van 1 december 1975 — werkt met een ander begrip. Artikel 1 van de wegcode bepaalt: "Dit reglement geldt voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan, door voetgangers, voertuigen, trek-, last- of rijdieren en vee."
Dat zijn niet dezelfde woorden. De strafbepalingen van de Wegverkeerswet die "op een openbare plaats" als bestanddeel hebben, reiken dus verder dan de verkeersregels van de wegcode, die aan de openbare weg gekoppeld zijn.
De wegcode definieert zelf niet wat een openbare weg is. Artikel 2 omschrijft de rijbaan, het fietspad, de bebouwde kom en tientallen andere begrippen, maar niet de openbare weg. Hoe ver dat begrip reikt op een terrein dat feitelijk voor iedereen open ligt, ligt in de rechtspraak en niet in een definitie die u kan opzoeken.
De vier gevallen die u herkent
De winkelparking. Open voor klanten, dus een terrein toegankelijk voor het publiek en daarmee een openbare plaats in de zin van artikel 28. Rijdt u er onder invloed, dan gelden de artikelen 34 en 35 van de Wegverkeerswet. Of de snelheidsborden en voorrangsregels van de wegcode er ook gelden, hangt af van de vraag of dat terrein als openbare weg geldt — een andere vraag, met een ander antwoord.
Het bedrijfsterrein. Niet open voor het publiek, maar wel toegankelijk voor een zeker aantal personen: personeel, leveranciers, bezoekers met een badge. Dat is de derde categorie van artikel 28. Een alcoholcontrole op de bedrijfsparking is dus mogelijk.
De private oprit. Uw eigen oprit, zonder toegang voor anderen. Dat is geen openbare weg en normaal ook geen terrein dat voor het publiek of voor een zeker aantal personen toegankelijk is. Maar de oprit loopt uit op de straat, en het verschil tussen "op mijn oprit" en "half op het trottoir" is in een proces-verbaal vaak één zin.
Het afgesloten domein. Een circuit, een industriegebied achter slagbomen, een privéweg met een ketting. Hoe strikter de toegang beperkt is, hoe verder u van artikel 28 komt. Maar "afgesloten" moet dan ook betekenen dat het afgesloten is: een slagboom die altijd open staat, sluit niets af.
Twijfelt u of uw terrein een openbare plaats is? Laad uw proces-verbaal of dagvaarding op via onze uploadmodule. Wij kijken na welk misdrijf u precies ten laste wordt gelegd en of het bestanddeel "openbare plaats" of "openbare weg" daarin staat. Gratis en vrijblijvend. Upload uw dagvaarding · Boek een gratis speeddate
Mag er geflitst worden, en blijft de vaststelling geldig?
De vaststelling is een tweede vraag, met een eigen artikel. Artikel 62 van de Wegverkeerswet bepaalt dat de door de Koning aangewezen overheidspersonen de overtredingen vaststellen "door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen".
Dan splitst artikel 62 de camera's op, en dat verschil is belangrijk:
- Bemande automatisch werkende toestellen. De vaststellingen hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen, "wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten". Dus voor alle overtredingen.
- Onbemande automatisch werkende toestellen. Diezelfde bewijskracht geldt alleen "wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vermeld in een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit". En: "Wanneer een overtreding werd vastgesteld door onbemande automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het proces-verbaal."
Die laatste zin is een concreet controlepunt. Staat er nergens in uw proces-verbaal dat de vaststelling van een onbemand toestel komt, terwijl het duidelijk een onbemande camera was, dan hebt u een vraag te stellen.
Artikel 62 voegt toe dat de automatisch werkende toestellen "voor zover zij metingen uitvoeren, goedgekeurd of gehomologeerd worden" overeenkomstig een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Een meting zonder geldige goedkeuring of homologatie is dus aanvechtbaar.
Waar het toestel mag staan, en waar de wet zwijgt
Over de plaatsing zegt artikel 62 dit: "Wanneer de toestellen bestemd zijn om te worden gebruikt als vaste uitrusting op de openbare weg, in afwezigheid van een bevoegd persoon, worden de plaatsing en de gebruiksomstandigheden bepaald tijdens overleg, georganiseerd door de bevoegde gerechtelijke, politionele en administratieve overheden, waaronder de wegbeheerders." De Koning bepaalt de modaliteiten van dat overleg, en de plaatsing van vaste uitrustingen voor onbemande toestellen op de openbare weg gebeurt "met instemming van de wegbeheerder".
Lees die woorden nauwkeurig. De overlegverplichting is gekoppeld aan vaste uitrusting op de openbare weg, gebruikt zonder bevoegd persoon erbij. Een agent met een handtoestel, of een mobiele installatie met een bevoegd persoon erbij, valt niet onder die zin.
En dan het punt van uw vraag: artikel 62 bevat geen bepaling die zegt of een toestel vanaf privéterrein mag meten. De wet regelt de vaste uitrusting op de openbare weg en zwijgt over de standplaats van een bemand of mobiel toestel. Wij vullen dat gat niet met een regel die er niet staat.
Wat artikel 62 wél doet, is het gebruik van de gegevens begrenzen. De toestellen en de inlichtingen die ze verstrekken, mogen "slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van de overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, begaan op de openbare weg, alsook met het oog op de regeling van het wegverkeer". Daar staat "op de openbare weg", niet "op een openbare plaats" — een verschil om in het achterhoofd te houden bij een camerabeeld van een parking.
Wat ook buiten de openbare weg strafbaar blijft
Voor elke bepaling is de vraag dezelfde: staat het bestanddeel "openbare plaats" er in? Zo ja, dan reikt ze tot de winkelparking en het bedrijfsterrein.
- Artikel 34 (alcohol). Ja. De wet straft "hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt, of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing" boven de grenswaarden. Artikel 34, § 1 noemt 200 tot 4.000 euro; met de factor 1,25 uit Titel IV betaalt u 250 tot 5.000 euro. Artikel 34, § 2 noemt 1.600 tot 16.000 euro, dus 2.000 tot 20.000 euro.
- Artikel 35 (dronkenschap en soortgelijke staat). Ja, ook hier "op een openbare plaats". Dit artikel voorziet zelf een verval van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, met 1.600 tot 16.000 euro in de wettekst, dus 2.000 tot 20.000 euro.
- Artikel 37bis, § 1 (drugs). Ja. Het besturen "op een openbare plaats" met een gehalte gelijk aan of hoger dan de grenswaarden voor THC, amfetamine, MDMA, morfine of 6-acetylmorfine, en cocaïne of benzoylecgonine is een straf van niveau 1.
- Artikel 33 (vluchtmisdrijf). Ja. De wet viseert de bestuurder die weet dat zijn voertuig "oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest" en de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken — "zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is".
- Artikel 30, § 1, 1° (rijden zonder rijbewijs). Hier is het antwoord anders dan u verwacht. De tekst bevat géén plaatsbestanddeel: gestraft wordt wie "een motorvoertuig bestuurt zonder houder te zijn van het rijbewijs vereist voor het besturen van dit voertuig, of van het als zodanig geldend bewijs". Er staat niet "op een openbare plaats" en ook niet "op de openbare weg". Die tekst alleen beslist de plaatsvraag dus niet.
Bij artikel 34 en artikel 37bis, § 1 kan de rechter bovendien een rijverbod uitspreken op grond van artikel 38, § 1, 1° van de Wegverkeerswet. Dat verval bedraagt volgens artikel 38, § 1 ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.
Veelgestelde vragen
Kan ik een alcoholboete krijgen op een winkelparking?
Ja. Een parking die open is voor klanten is een terrein toegankelijk voor het publiek, en dus een openbare plaats in de zin van artikel 28 van de Wegverkeerswet. De artikelen 34 en 35 hebben "op een openbare plaats" als bestanddeel en gelden daar dus.
Geldt de snelheidslimiet van 50 op een privéparking?
Dat is een andere vraag dan de alcoholvraag. De snelheidsregels staan in de wegcode, en artikel 1 daarvan bepaalt dat het reglement geldt "voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan". Of een bepaalde parking als openbare weg geldt, is een feitenkwestie die niet uit een definitie in de wegcode volgt.
Is vluchtmisdrijf mogelijk op een parking?
Ja. Artikel 33 van de Wegverkeerswet spreekt van een "verkeersongeval op een openbare plaats". Rijdt u weg na een aanrijding op een publiek toegankelijke parking om zich aan de vaststellingen te onttrekken, dan is het bestanddeel vervuld — ook als het ongeval niet uw fout was.
Moet op mijn boete staan dat een onbemande camera de vaststelling deed?
Ja. Artikel 62 van de Wegverkeerswet bepaalt: "Wanneer een overtreding werd vastgesteld door onbemande automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het proces-verbaal." Bovendien hebben die vaststellingen alleen bewijskracht voor de overtredingen die een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit vermeldt.
Mag de politie flitsen vanaf privéterrein?
Artikel 62 van de Wegverkeerswet regelt de plaatsing van vaste uitrusting op de openbare weg en zwijgt over de standplaats van een bemand of mobiel toestel. Wat u wél kan nagaan: de goedkeuring of homologatie van het toestel en, bij een vaste onbemande installatie, het overleg en de instemming van de wegbeheerder.
Mijn oprit is privé. Kan ik daar beboet worden?
Een oprit die enkel voor u toegankelijk is, valt normaal buiten de drie categorieën van artikel 28. Maar het proces-verbaal beschrijft de plaats, en die beschrijving beslist. Staat er dat uw voertuig gedeeltelijk op het trottoir of op de rijbaan stond, dan zit u opnieuw bij de openbare weg.
Zorgeloos naar de politierechtbank
Onze advocaten pleiten sinds 1974 voor de Belgische politierechtbanken. Wij beginnen bij de tenlastelegging en bij de vraag welk plaatsbestanddeel daarin staat.
Laad hier uw dagvaarding op — gratis, vrijblijvend, antwoord binnen 24 uur. Of bel ons op 03 776 94 98.
Heeft u een rechtsbijstandsverzekering? Dan kost onze tussenkomst u in veel gevallen niets. U kiest daarbij altijd zelf uw advocaat.
Anderen lazen ook: