Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

24/12/2017

Door het oranje verkeerslicht gereden.

Remmen of stoppen bij een oranje verkeerslicht?

Een bestuurster rijdt naar huis.  Zij nadert een kruispunt. Het verkeerslicht wordt oranje en hoewel de bestuurster nog veilig kan stoppen - er zijn geen onmiddellijke achterliggers -  rijdt ze door het oranje.

Iets verderop houdt een dienstvoertuig van de Politie de bestuurster plots staande. De politieagenten delen de bestuurster mee dat zij het licht nog rood hebben zien worden en dat zij bijgevolg met haar voertuig door het rood zou gereden zijn...

De bestuurster verklaart dat zij het nooit rood zien worden heeft, dat het oranje was en dat zij weliswaar nog kon stoppen, maar dit niet gedaan heeft.

Als reden waarom zij niet was gestopt, vermeldde de bestuurster dat zij gehaast was en een zware dag op het werk had gehad. Zij wilde snel naar huis en was daarom door het oranje gereden. Zij zou nooit door het rood gereden hebben en al zeker niet als er politie in de buurt zou geweest zijn, verklaart ze verder nog.

Gedagvaard voor de Politierechtbank.

Enige tijd na haar overtreding mocht de bestuurster het gaan uitleggen voor de Politierechter.

Zij ontving een dagvaarding voor de Politierechtbank met daarin de volgende verkeersinbreuk:

Als weggebruiker of bestuurster van een voertuig op de openbare weg, nagelaten te hebben zich te gedragen naar de verkeerstekens en wegmarkeringen, regelmatig naar de vorm, voldoende zichtbaar en overeenkomstig de voorschriften van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer aangebracht, namelijk: een rood licht (art. 5 en 61.1.1 van het KB van 1 december 1975; art. 29§1 lid2 en 38§1.3° van de wet betreffende de politie over het wegverkeer – KB tot coördinatie van 16 maart 1968).

De uitspraak van de Politierechtbank?

Omdat de bestuurster zelf had verklaard dat zij niet door het rood, maar door het oranje was gereden, hebben wij aan de Politierechter gevraagd om de inbreuk te wijzigen ("te herkwalificeren") in art. 61.1.2 van de Wegcode, nl. door het oranje licht rijden. Door het oranje rijden is immers een overtreding van de 2e graad, terwijl door het rode licht rijden een overtreding van de 3e graad, hetgeen aanzienlijk scheelt in de bestraffing.

De Politierechter ging niet in op de vraag tot herkwalificiatie omdat hetgeen de Politie verklaart een bijzondere bewijswaarde heeft en geldt tot bewijs van het tegendeel.  De bestuurster werd bijgevolg toch veroordeeld voor het negeren van het rode licht.

Zij kreeg een geldboete van 30,00 EUR x 6 = 180,00 EUR, waarvan 1/3de  met uitstel voor een periode van 3 jaar werd toegekend.  Het effectieve gedeelte bedroeg dus 120,00 EUR.  De Politierechter legde géén rijverbod op, hetgeen toch een overwinning was.

Ten slotte diende de bestuurster ook nog de gerechtskosten te betalen: ongeveer 76,00 EUR dagvaardingskosten en de verplichte bijdrage aan het Slachtofferfonds t.b.v. 200,00 EUR.