Neemt u liever telefonisch contact op?

Bel ons op 03 776 94 98, u wordt verbonden met een medewerker van verkeerszaken.be (ma t.e.m. do 9-18u | vr 9-17u).

08/04/2017

Gedagvaard voor vluchtmisdrijf?

Vluchtmisdrijf met stoffelijke schade.

Een bestuurder van een zware terreinwagen stond geparkeerd op het voetpad om een pak friet te bestellen. Toen hij vertrok, vergat hij dat hij achter een paal stond en reed de paal omver. Zijn voertuig raakte licht beschadigd, en de jongeman reed gewoon verder.

Een getuige in de frituur kon de nummerplaat noteren en contacteerde de Politie, die toevallig in de buurt op patrouille was. De Politie zette terstond de achtervolging in, maar kon het voertuig niet meer terugvinden.

Op basis van de nummerplaat kon de Politie daags nadien de bestuurder aantreffen. De jongeman gaf de feiten toe. Hij verklaarde dat hij de paal niet had gezien omdat zijn auto zo hoog was. Hij had er niet bij stilgestaan om de politie te verwittigen omdat zijn frieten anders koud zouden worden.

De beschadigde paal behoorde toe aan de gemeente, die aan de politie een schadebestek bezorgde van 180, 00 EUR. 

De bestuurder ontving een dagvaarding voor de volgende overtredingen:
  • Vluchtmisdrijf:

"Het misdrijf of het verkeersongeval aan het persoonlijk toedoen van de dader te wijten zijnde, als bestuurder van een voertuig of van een dier, wetende dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding is geweest tot een ongeval op een openbare plaats, de vlucht te hebben genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn/haar schuld te wijten is" (art. 33 par.1.1°, art. 38 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer KB tot coördinatie van 16 maart 1968);

  • Het niet kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis:

"Als bestuurder van een voertuig op de openbare weg, zijn snelheid niet te hebben geregeld om in alle omstandigheden te kunnen stoppen voor een hindernis die kon worden voorzien" (art. 10.1.3 van het KB van 1 december 1975; art. 29 par.1 al. 3 en 38 par. 1.3° van de wet betreffende de politie over het wegverkeer - KB tot coördinatie van 16 maart 1968).

Wat besliste de Politierechtbank?

Voor het vluchtmisdrijf veroordeelde de Politierechter de bestuurder tot een geldboete van 200,00 EUR x 6 = 1.200,00 EUR, waarvan ¾ met uitstel gedurende drie jaar. Het effectief gedeelte van de geldboete bedroeg 300,00 EUR.

Bovendien kreeg de bestuurder een weekendrijverbod van 8 dagen.

Voor de eigenlijke aanrijding werd de bestuurder veroordeeld tot een geldboete van 20,00 EUR x 6 = 120,00 EUR.

De bestuurder diende ook nog de verplichte bijdrage in het slachtofferfonds te betalen ten belope van 150,00 EUR, en de gerechtskosten. 

Anderen lazen ook